Van kortingen tot kaarten — wiskunde in de echte wereld
Procenten spreken iedereen aan: kortingen in winkels, stemresultaten bij verkiezingen, renteberekeningen bij banken. Verhoudingen en schaal verbinden wiskunde met de echte wereld — van kaarttekenen tot recepten en bouwtekeningen.
Het woord procent komt van het Latijnse per centum, wat “per honderd” betekent. Een procent is dus een honderdste van een geheel. Wanneer je zegt dat 35% van de leerlingen een 8 of hoger heeft, bedoel je dat er 35 van elke 100 leerlingen dat resultaat behaalt.
Een procent (symbool: %) stelt een honderdste voor. Voor elk getal p geldt: . Zo is 1% = 0,01 en 100% = 1 (het volledige geheel).
Dezelfde waarde kan je op drie manieren schrijven: als gewone breuk, als percentage en als decimaal getal. Het is essentieel dat je vlot tussen de drie vormen kunt omwisselen.
Zet om naar een percentage en een decimaal getal.
Het bepalen van “p% van a” is een van de meest gebruikte berekeningen. Denk aan kortingen, btw en renteberekeningen.
Hoeveel is 35% van 240?
35% van 240 = 84
45 is hoeveel percent van 180?
45 is 25% van 180.
In het dagelijks leven kom je procenten heel vaak tegen. Een winkel die 20% korting geeft, betekent dat je van elke €100 slechts €80 betaalt. De Belgische btw (belasting over de toegevoegde waarde) bedraagt voor de meeste goederen en diensten 21%. Dat wil zeggen: als de prijs zonder btw €100 is, betaal je €121 aan de kassa.
Een gsm kost €400 exclusief btw. Bereken de prijs inclusief 21% btw. Een t-shirt kost €24,20 inclusief 21% btw. Wat is de prijs exclusief btw? Welke berekening is hier anders?
Wanneer een waarde met een bepaald percentage stijgt of daalt, kun je de nieuwe waarde rechtstreeks berekenen met een vermenigvuldigingsfactor. Dit is sneller dan apart het bedrag van de toe- of afname uitrekenen en dat optellen of aftrekken.
Als een waarde met p% toeneemt, geldt:
Voorbeeld: een toename met 8% geeft een factor van 1,08.
Als een waarde met p% afneemt, geldt:
Voorbeeld: een afname met 15% geeft een factor van 0,85.
Een jas kost €80. Er is 15% korting. Wat is de nieuwe prijs?
De nieuwe prijs na 15% korting is €68.
Een salaris bedraagt €2000 per maand. Het stijgt met 3,5%. Hoeveel is het nieuwe salaris?
Het nieuwe salaris is €2070 per maand.
Soms ken je de prijs na de korting en wil je weten wat de prijs voor de korting was. Je deelt dan de nieuwe prijs door de vermenigvuldigingsfactor.
Na 20% korting betaal je €96 voor een rugzak. Wat was de originele prijs?
De originele prijs was €120. Controle: €120 × 0,80 = €96. ✓
Een winkel verhoogt de prijs van een artikel met 10% en geeft daarna 10% korting. Is de eindprijs gelijk aan, hoger dan of lager dan de beginprijs? Reken het na met een voorbeeldbedrag.
Een verhouding geeft aan hoe twee hoeveelheden zich tot elkaar verhouden. Je schrijft een verhouding als a : b (spreek uit: “a staat tot b”) of als breuk . Verhoudingen worden ook uitgedrukt als decimaal getal of als percentage.
Een verhouding a : b (met b ≠ 0) geeft de relatieve grootte van twee hoeveelheden aan. Je kunt ze schrijven als breuk , als decimaal getal of als percentage. Een verhouding verandert niet als je teller en noemer met hetzelfde getal vermenigvuldigt of deelt.
Net zoals je een breuk vereenvoudigt door teller en noemer te delen door hun grootste gemene deler (ggd), vereenvoudig je een verhouding op dezelfde manier.
Vereenvoudig de verhouding 15 : 20.
15 : 20 in eenvoudigste vorm = 3 : 4.
In een klas zitten 13 meisjes en 17 jongens. Geef de verhouding meisjes : jongens in eenvoudigste vorm.
Verhouding meisjes : jongens = 13 : 17.
Soms vergelijk je drie of meer hoeveelheden tegelijk. Je schrijft dan een kettingverhouding van de vorm a : b : c. Ook die kun je vereenvoudigen door alle termen te delen door hun grootste gemene deler.
Een recept is opgesteld voor 4 personen. Hoeveel ingrediënten heb je nodig voor 6 personen?
Vermenigvuldig elk ingrediënt met de factor = 1,5.
In een verkiezingsuitslag krijgt partij A 45 000 stemmen en partij B 30 000 stemmen. Geef de verhouding A : B in eenvoudigste vorm. Hoeveel procent van de stemmen kreeg elk?
Bij een evenredige verdeling verdeel je een totaal over meerdere delen, elk in verhouding tot een gegeven getal. De sleutel is het berekenen van de totale som van de verhoudingstermen en vervolgens de waarde van één deel.
Werkwijze bij een verdeling in verhouding a : b:
Verdeel €240 in de verhouding 3 : 5.
Deel 1 = €90 | Deel 2 = €150.
Drie broers erven geld in de verhouding 2 : 3 : 5. Het totale bedrag is €6000. Hoeveel krijgt elk?
Broer A: €1200 | Broer B: €1800 | Broer C: €3000.
Twee vrienden starten een bedrijf. De eerste investeert €3500 en de tweede €1500. Na één jaar maken ze samen €4000 winst. Ze verdelen de winst evenredig met hun investering. Hoeveel krijgt elk?
Op een kaart of bouwtekening zijn alle afmetingen verkleind ten opzichte van de werkelijkheid, maar wel in verhouding. De schaal geeft aan hoe groot de verhouding is tussen de afmeting op de tekening en de werkelijke afmeting.
De schaal van een tekening is de verhouding tussen de afmeting op de tekening en de werkelijke afmeting: . Een schaal 1 : 50 000 betekent dat 1 eenheid op de tekening 50 000 dezelfde eenheden in werkelijkheid voorstelt.
Bij schaal 1 : 50 000 stelt 1 cm op de kaart dus 50 000 cm = 500 m = 0,5 km in de werkelijkheid voor.
Op een kaart met schaal 1 : 25 000 meet je een afstand van 4,5 cm. Hoe ver is dat in werkelijkheid?
De werkelijke afstand is 112 500 cm = 1125 m = 1,125 km.
Een kamer is 6 m lang en 4,5 m breed. Teken ze op schaal 1 : 50. Hoe groot is de tekening?
De tekening is 12 cm lang en 9 cm breed.
Op een kaart van België met schaal 1 : 250 000 meet je de afstand Brussel–Gent als 3,8 cm. Hoeveel kilometer is dat in werkelijkheid? Controleer je antwoord met een internetkaart.
Oefening 1
Procentberekening
Bereken de gevraagde waarden. Toon steeds je werkwijze.
Tip: gebruik de formule p% van a = (p/100) × a. Voor “is wat percent van” deel je het deel door het geheel en vermenigvuldig je met 100.
Oefening 2
Procentuele toe- en afname
Bereken de nieuwe waarden via de vermenigvuldigingsfactor.
Tip: voor omgekeerde berekening deel je de nieuwe waarde door de factor (bv. voor 25% korting: factor = 0,75, dus prijs = 75 ÷ 0,75).
Oefening 3
Omgekeerde procentberekening
Bereken de originele waarde voor de procentuele verandering.
Tip: stel de vergelijking op: nieuwe waarde = originele waarde × factor. Los dan op voor originele waarde door te delen.
Oefening 4
Verhoudingen vereenvoudigen en omzetten
Breng elke verhouding in eenvoudigste vorm en schrijf ze ook als decimaal.
Oefening 5
Evenredige verdeling
Verdeel de opgegeven bedragen evenredig.
Tip: bepaal eerst de som van de verhoudingstermen, bereken dan de waarde van één deel, en vermenigvuldig.
Oefening 6
Schaal — kaart en tekening
Los de schaalproblemen op. Toon steeds je omrekening.
Tip: zorg dat je bij schaalberekeningen steeds dezelfde eenheden gebruikt voordat je deelt of vermenigvuldigt.