Wiskunde  ·  1A  ·  Eerste graad

Machten en wortels

Compacte notatie voor herhaalde vermenigvuldiging — van kwadraten tot wetenschappelijke notatie

Hoofdstuk 4

Machten en wortels

Machten zijn een compacte manier om herhaalde vermenigvuldiging te schrijven. Of je nu de oppervlakte van een vierkant berekent, de capaciteit van een harde schijf begrijpt of wetenschappelijke notatie gebruikt — machten en wortels zijn onmisbare gereedschappen.

1

Machten

Stel dat je het product 3 × 3 × 3 × 3 wilt opschrijven. Dat kan, maar het is omslachtig. Wiskundigen hebben daar een kortere notatie voor uitgevonden: ze schrijven 3⁴. In het algemeen is een macht een product waarbij hetzelfde getal een aantal keer met zichzelf vermenigvuldigd wordt.

n
Begrip Macht — grondtal en exponent

In de uitdrukking an heet a het grondtal (of de basis) en n de exponent (of de macht). De uitdrukking an staat voor a vermenigvuldigd met zichzelf n keer.

Definitie — Macht an = a×a××a nfactoren

Je leest an als “a tot de macht n” of “a tot de n”. Twee bijzondere gevallen verdienen extra aandacht: de tweede macht (of het kwadraat) en de derde macht (of de kubus). We zeggen “5 kwadraat” voor 5² en “2 tot de derdemacht” of “2 tot de kubus” voor 2³.

Bijzondere gevallen: a⁰ en a¹

Wat gebeurt er als de exponent 0 of 1 is? Dat zijn twee bijzondere gevallen die je van buiten moet kennen.

Stelling — Nulde en eerste macht

Voor elk getal a met a ≠ 0 geldt:

a0=1    en    a1=a

Voorbeelden: 7⁰ = 1  |  (−3)⁰ = 1  |  5¹ = 5  |  100¹ = 100

Let op: 0⁰ is niet gedefinieerd.

Waarom is a⁰ = 1? Je kunt dit begrijpen via de deelregel voor machten (zie sectie 2): als je a3 deelt door a3, krijg je a33=a0, maar het resultaat is ook gewoon 1 (want elk getal gedeeld door zichzelf is 1). Dus moet a⁰ = 1 zijn.

Rekenvoorbeeld

Bereken 3⁴ stap voor stap.

  • Schrijf de macht uit als herhaalde vermenigvuldiging: 3⁴ = 3 × 3 × 3 × 3
  • Bereken de eerste twee factoren: 3 × 3 = 9
  • Vermenigvuldig met de derde factor: 9 × 3 = 27
  • Vermenigvuldig met de vierde factor: 27 × 3 = 81

Antwoord: 3⁴ = 81

Rekenvoorbeeld — Let op de haakjes!

Bereken (−2)³ en −2³. Zijn ze gelijk?

  • (−2)³: het grondtal is −2. We berekenen (−2) × (−2) × (−2).
  • (−2) × (−2) = +4   (min × min = plus)
  • 4 × (−2) = −8
  • −2³: het minteken staat buiten de macht. Enkel 2 is het grondtal. We berekenen −(2³) = −(2 × 2 × 2) = −8.
  • In dit geval zijn beide uitkomsten gelijk (−8), maar dat is toeval! Bij een even exponent is het verschil groot: (−2)⁴ = +16, maar −2⁴ = −16.

(−2)³ = −8  |  −2³ = −8  |  maar: (−2)⁴ = +16 ≠ −2⁴ = −16

💡 Denkvraag

Een negatief getal tot een even macht geeft altijd een positief resultaat. Een negatief getal tot een oneven macht geeft altijd een negatief resultaat. Kun jij verklaren waarom? Denk aan het tekenregel bij vermenigvuldigen.

Kwadraten en kubussen — handige lijsten

De kwadraten (tweede machten) van 1 tot 15 en de kubussen (derde machten) van 1 tot 5 zijn zo vaak nodig dat het loont ze te kennen.

GetalKwadraatWaarde
11
24
39
416
525
636
749
864
981
1010²100
1111²121
1212²144
1313²169
1414²196
1515²225
GetalKubusWaarde
11
28
327
464
5125

De kwadraten 1² t/m 15² en de kubussen 1³ t/m 5³ zijn de moeite waard om uit het hoofd te kennen.

2

Rekenwetten voor machten

Net als voor optelling en vermenigvuldiging zijn er vaste rekenregels voor machten. Met deze regels kun je uitdrukkingen vereenvoudigen zonder ze volledig uit te rekenen. Je hoeft de regels niet te bewijzen, maar je moet ze wel correct kunnen toepassen.

Regel 1 — Machten vermenigvuldigen (zelfde grondtal)

Als je twee machten met hetzelfde grondtal vermenigvuldigt, tel je de exponenten op.

Regel 1 — Product van machten am × an = am+n

Waarom werkt dit? 2³ × 2⁴ = (2×2×2) × (2×2×2×2) = 2×2×2×2×2×2×2 = 2⁷. Je telt gewoon de factoren bij elkaar op: 3 + 4 = 7.

Regel 2 — Machten delen (zelfde grondtal)

Als je twee machten met hetzelfde grondtal deelt, trek je de exponenten van elkaar af.

Regel 2 — Quotiënt van machten am ÷ an = amn (a0)

Regel 3 — Macht van een macht

Als je een macht tot een macht verheft, vermenigvuldig je de exponenten.

Regel 3 — Macht van een macht (am) n = am×n

Regel 4 — Macht van een product

Als je een product tot een macht verheft, mag je die macht over elk afzonderlijk factor verdelen.

Regel 4 — Macht van een product (a×b) n = an × bn

Voorbeeld: (2 × 5)³ = 2³ × 5³ = 8 × 125 = 1000. Controleer: (2 × 5)³ = 10³ = 1000. ✓

Rekenvoorbeeld

Vereenvoudig 2³ × 2⁴ en bereken de waarde.

  • Beide machten hebben hetzelfde grondtal (2), dus we mogen regel 1 toepassen.
  • 2³ × 2⁴ = 23+4 = 2⁷
  • Bereken 2⁷: 2⁷ = 2 × 2 × 2 × 2 × 2 × 2 × 2 = 128

Antwoord: 2³ × 2⁴ = 2⁷ = 128

Rekenvoorbeeld

Vereenvoudig (3²)³ en bereken de waarde.

  • Dit is een macht van een macht: regel 3 is van toepassing.
  • (3²)³ = 32×3 = 3⁶
  • Bereken 3⁶: 3⁶ = 729 (gebruik de tabel: 3² = 9, 9³ = 729, of 3³ = 27, 27² = 729)

Antwoord: (3²)³ = 3⁶ = 729

Rekenvoorbeeld

Vereenvoudig 5⁶ ÷ 5² en bereken de waarde.

  • Zelfde grondtal (5): regel 2 — exponenten aftrekken.
  • 5⁶ ÷ 5² = 56−2 = 5⁴
  • Bereken 5⁴: 5² = 25, 5⁴ = 25² = 625

Antwoord: 5⁶ ÷ 5² = 5⁴ = 625

💡 Denkvraag

Welke rekenwet geldt er niet voor machten? Probeer zelf na te gaan of am + an = am+n klopt door een voorbeeld te proberen. Wat stel je vast?

3

Negatieve exponenten en wetenschappelijke notatie

Tot nu toe waren alle exponenten positieve gehele getallen. Maar wat betekent een negatieve exponent? Via de deelregel kunnen we dat uitleggen. We weten dat a3÷a5=a35=a2. Maar als we dit uitschrijven krijgen we a×a×aa×a×a×a×a=1a×a=1a2. Dus: a−2 = 1a2.

Stelling — Negatieve exponent

Voor elk getal a ≠ 0 en elke positieve gehele exponent n geldt:

an = 1an

Voorbeelden:
23 = 123 = 18   |   102 = 1100 = 0,01

Wetenschappelijke notatie

In de wetenschap en de technologie werken we soms met heel grote of heel kleine getallen: de afstand van de Aarde tot de Zon (≈ 150 000 000 000 meter), de grootte van een atoom (≈ 0,000 000 0001 meter), het aantal bytes op een harde schijf. Zulke getallen zijn onhandig om volledig op te schrijven. Daarvoor bestaat de wetenschappelijke notatie.

×
Begrip Wetenschappelijke notatie

Een getal staat in wetenschappelijke notatie als het geschreven is in de vorm a × 10n, waarbij 1 ≤ a < 10 (juist één cijfer voor de komma) en n een geheel getal is.

Je verschuift de komma zodat er precies één cijfer voor de komma staat. Het aantal plaatsen dat je de komma verschuift, geeft de exponent van 10. Als je de komma naar links verschuift (getal wordt kleiner), is de exponent positief. Als je de komma naar rechts verschuift (getal wordt groter), is de exponent negatief.

Rekenvoorbeeld

Schrijf 4 700 000 in wetenschappelijke notatie.

  • We willen één cijfer voor de komma: het getal begint met 4, dus we schrijven 4,7…
  • We tellen hoeveel plaatsen de komma verschoven is: 4 700 000,0 → 4,700000. De komma is 6 plaatsen naar links verschoven.
  • De exponent van 10 is dus +6.
  • Controleer: 4,7 × 10⁶ = 4,7 × 1 000 000 = 4 700 000. ✓

Antwoord: 4 700 000 = 4,7 × 10⁶

Rekenvoorbeeld

Schrijf 0,000 038 in wetenschappelijke notatie.

  • We willen één cijfer voor de komma: het eerste significante cijfer is 3, dus we schrijven 3,8…
  • We tellen hoe ver de komma verschuiven moet: 0,000038 → 3,8. De komma is 5 plaatsen naar rechts verschoven.
  • Bij rechts verschuiven is de exponent negatief: de exponent is −5.
  • Controleer: 3,8 × 10−5 = 3,8 × 0,00001 = 0,000038. ✓

Antwoord: 0,000038 = 3,8 × 10−5

Computeropslag — machten van 10 en van 2

Wanneer fabrikanten de capaciteit van opslagmedia (USB-sticks, harde schijven, SSD’s) opgeven, gebruiken ze machten van 10: 1 kilobyte (KB) = 10³ bytes = 1 000 bytes, 1 megabyte (MB) = 10⁶ bytes = 1 000 000 bytes, enzovoort. Computers werken echter intern met bits (0 of 1) en groeperen data in machten van 2: 1 kibibyte (KiB) = 2¹⁰ bytes = 1 024 bytes. Dit verklaart waarom een “1 GB” USB-stick in je besturingssysteem soms als 953 MB verschijnt: 10⁹ ÷ 2³⁰ ≈ 0,953. Beide zijn correct — ze gebruiken gewoon een andere definitie van kilo.

PrefixSymboolMacht van 10Waarde
KiloKB10³1 000
MegaMB10⁶1 000 000
GigaGB10⁹1 000 000 000
TeraTB10121 000 000 000 000
4

Vierkantswortel en derdemachtswortel

Een vierkantswortel is het omgekeerde van kwadrateren. Als we weten dat 5² = 25, dan is de vierkantswortel van 25 gelijk aan 5. We schrijven dat als √25 = 5. De worteloperatie vraagt: welk getal moet ik kwadrateren om dit getal te krijgen?

Begrip Vierkantswortel

De vierkantswortel van een getal a (genoteerd √a) is het niet-negatieve getal dat gekwadrateerd gelijk is aan a. Met andere woorden: als x = √a, dan geldt x² = a.

Stelling — Domein van de vierkantswortel

De vierkantswortel is enkel gedefinieerd voor niet-negatieve getallen:

a is reëel a0

Het kwadraat van een reëel getal is altijd niet-negatief (positief of nul). Er bestaat dus geen reëel getal waarvan het kwadraat negatief is, en daarom heeft √(−4) geen reële waarde.

De derdemachtswortel (of kubuswortel) van een getal a is het getal dat tot de derde macht verheven gelijk is aan a. We noteren dit als ∛a. Anders dan bij de vierkantswortel bestaat de derdemachtswortel ook voor negatieve getallen: ∛(−27) = −3, want (−3)³ = −27.

Vierkant met zijde wortel van a en oppervlakte a — geometrische betekenis van de vierkantswortel a oppervlakte √a √a zijde = √a opp. = √a × √a = a Geometrische betekenis: de vierkantswortel van a is de zijde van een vierkant met oppervlakte a. Vandaar de naam “vierkantswortel”.
Rekenvoorbeeld

Bereken √144, ∛27 en 49 .

  • √144: welk getal kwadrateert tot 144? Uit de tabel: 12² = 144. Dus √144 = 12.
  • ∛27: welk getal tot de derde macht geeft 27? Uit de tabel: 3³ = 27. Dus ∛27 = 3.
  • 49 : de wortel van een breuk is gelijk aan de wortel van teller over de wortel van noemer: 49 = 23 .

√144 = 12  |  ∛27 = 3  |  49=23

Irrationale getallen en niet-exacte wortels

Niet alle vierkantswortels geven een “nette” uitkomst. √2 is niet gelijk aan een breuk van twee gehele getallen — het gaat oneindig door zonder patroon: √2 ≈ 1,41421356… Zo’n getal noemen we een irrationaal getal: het kan niet als breuk pq geschreven worden. De vierkantswortels van getallen die geen volmaakt kwadraat zijn (1, 4, 9, 16, 25, …) zijn steeds irrationaal.

In berekeningen laat je zulke wortels staan als √2, √3, √5, … tenzij je expliciet om een decimale benadering gevraagd wordt.

Rekenvoorbeeld — Schatten

Schat √50 zonder rekenmachine en geef een benadering.

  • Zoek de twee dichtste volmaakte kwadraten: 49 = 7² en 64 = 8².
  • Omdat 49 < 50 < 64, geldt: √49 < √50 < √64, dus 7 < √50 < 8.
  • 50 ligt veel dichter bij 49 (verschil 1) dan bij 64 (verschil 14). Dus √50 ligt dicht bij 7.
  • Een betere schatting: probeer 7,1: 7,1² = 50,41 — al heel dicht bij 50. Probeer 7,07: 7,07² ≈ 49,98. Dus √50 ≈ 7,07.

√50 ligt tussen 7 en 8, dichter bij 7. Nauwkeurige waarde: √50 ≈ 7,071.

5

Machten van 10 en het metriek stelsel

Het metrieke stelsel is gebaseerd op machten van 10. Alle eenheden zijn veelvouden of delers van een basiseenheid (meter, gram, liter, …). De voorvoegsels (prefixen) geven aan met welke macht van 10 je de basiseenheid vermenigvuldigt. Dit maakt omrekenen heel eenvoudig: je hoeft alleen maar de komma te verschuiven.

Overzicht van SI-prefixen

Prefix Symbool Macht van 10 Voorbeeld
nano n 10−9 1 nm = 0,000 000 001 m (grootte van een atoom)
micro μ 10−6 1 μm = 0,000 001 m (dikte van een bacterie)
milli m 10−3 1 mm = 0,001 m (dikte van een muntstuk)
centi c 10−2 1 cm = 0,01 m (breedte van een vinger)
deci d 10−1 1 dm = 0,1 m (handpalm)
(basis) 100 = 1 1 m, 1 g, 1 L
kilo k 10³ 1 km = 1 000 m (10 minuten stappen)
mega M 10⁶ 1 Mg = 1 000 000 g = 1 000 kg (een grote truck)
giga G 10⁹ 1 Gm = afstand Aarde–Maan × 2,5
Rekenvoorbeeld

Reken 3,5 km om naar meter met behulp van machten van 10.

  • Het prefix kilo staat voor 10³ = 1 000.
  • 1 km = 1 × 10³ m = 1 000 m
  • 3,5 km = 3,5 × 10³ m = 3,5 × 1 000 m = 3 500 m
  • Alternatief: in wetenschappelijke notatie is 3,5 km = 3,5 × 10³ m.

Antwoord: 3,5 km = 3 500 m = 3,5 × 10³ m

De systematiek van het metrieke stelsel maakt omrekenen mechanisch en foutloos: je verschuift alleen de komma. Van kilometer naar meter: 3 plaatsen naar rechts (factor 10³). Van millimeter naar meter: 3 plaatsen naar links (factor 10−3). Dit werkt precies omdat het systeem gebouwd is op dezelfde machten van 10 die we in dit hoofdstuk bestudeerd hebben.

💡 Denkvraag

Een menselijk haar heeft een breedte van ongeveer 70 μm. Schrijf dit in meter en in wetenschappelijke notatie. Een bacterie is ongeveer 2 μm groot. Hoeveel bacterieën passen er naast elkaar op de breedte van één haar?

Oefeningen

Oefening 1

Machten berekenen

Bereken de waarde van elke macht. Schrijf ook de berekening stap voor stap.

  1. 2⁶
  2. (−3)⁴
  3. −3⁴
  4. 10⁵
  5. (−1)¹⁰¹ — hint: let op of 101 even of oneven is
  6. 4⁰ + 4¹ + 4² + 4³

Tip bij c: het minteken staat buiten de macht, dus enkel 3 is het grondtal. Vergelijk met b waar het minteken binnen de haakjes staat.

Oefening 2

Rekenwetten voor machten toepassen

Vereenvoudig elke uitdrukking zoveel mogelijk. Geef ook de numerieke waarde als dat eenvoudig te berekenen is.

  1. 3² × 3⁵
  2. 5⁷ ÷ 5³
  3. (2³)²
  4. (4 × 3)²
  5. 2⁴ × 2ⁱ ÷ 2⁶
  6. 65 63

Tip bij e: pas de regels stap voor stap toe van links naar rechts. Vermenigvuldig eerst, deel dan.

Oefening 3

Wetenschappelijke notatie

Schrijf elk getal in wetenschappelijke notatie (vorm: a × 10n met 1 ≤ a < 10).

  1. 86 000
  2. 0,0053
  3. 1 200 000 000
  4. 0,000 000 72
  5. 305 (let op: één cijfer voor de komma!)
  6. Schrijf 2,9 × 10⁴ om naar een gewoon getal (zonder wetenschappelijke notatie).

Tip: tel altijd na hoeveel plaatsen de komma verschoven is, en let op de richting: groot getal → komma naar links → positieve exponent.

Oefening 4

Vierkantswortels berekenen

Bereken de vierkantswortel (exacte waarde als het een volmaakt kwadraat is, anders een benadering of een omschrijving).

  1. √81
  2. √196
  3. ∛125
  4. 2549
  5. Is √72 een rationaal of een irrationaal getal? Verklaar.
  6. Bereken √72 met twee decimalen nauwkeurig (gebruik de schattingsmethode uit de cursus).

Tip bij f: zoek de dichtste volmaakte kwadraten onder en boven 72, en verfijn je schatting.

Oefening 5

Schatten en vergelijken

Orden de volgende getallen van klein naar groot zonder rekenmachine. Verklaar je redenering.

  1. √10  ·  3  ·  √7  ·  √15  ·  4
  2. Welk is groter: 2¹⁰ of 10³? Bereken beide.
  3. Tussen welke twee gehele getallen ligt √130? Hoe dicht bij welke?

Tip bij a: je weet dat √9 = 3 en √16 = 4. Gebruik dat als anker voor je schatting.

Oefening 6

Reële context — oppervlakte van een kamer

Een vierkante kamer heeft een zijde van 4,5 meter.

  1. Bereken de oppervlakte van de kamer in m² (gebruik de formule: oppervlakte = zijde²).
  2. Er moeten tegels van 30 cm × 30 cm gelegd worden. Hoeveel tegels zijn er nodig? (Ga ervan uit dat je tegels mag snijden en er geen extra nodig zijn voor verlies.)
  3. Een andere kamer is vierkant en heeft een oppervlakte van 30,25 m². Hoe lang is de zijde van die kamer?
  4. Een rechthoekige kamer heeft een oppervlakte van 20 m² en is 5 m lang. Hoe breed is die kamer? Is de breedte rationaal of irrationaal?

Tip bij b: reken 30 cm eerst om naar meter, of bereken hoeveel tegels er op elke zijde passen.

Samenvatting