Een informatieverwerkend systeem verwerkt informatie van buitenaf (invoer) en geeft een reactie (uitvoer). Het gebruikt sensoren om invoer op te vangen en actuatoren om de uitvoer te realiseren.
Een systeem dat gegevens uit de omgeving opneemt (invoer), verwerkt via een besturing en een resultaat terugstuurt naar de omgeving (uitvoer). Het verbindt sensoren met actuatoren via een verwerkingseenheid.
Het IPO-model beschrijft elk informatieverwerkend systeem in drie stappen: Input → Process → Output.
Gegevens die het systeem binnenkomen via sensoren of invoerorganen
Het systeem verwerkt de invoer via logische poorten of een processor
Het resultaat via actuatoren of uitvoerorganen
| Fase | Wat gebeurt er? |
|---|---|
| Input | Bewegingssensor detecteert een persoon die de deur nadert |
| Process | Logische besturing beslist: er is beweging → deur moet opengaan |
| Output | Motor ontvangt signaal en opent de deur |
Denk aan een koffiemachine. Wat is de input, wat is het process, en wat is de output? Bespreek met een klasgenoot en pas het IPO-model toe.
Bij het ontwerpen van een informatieverwerkend systeem kies je de juiste invoerorganen (sensoren) en uitvoerorganen (actuatoren). Je bepaalt ook waar ze het best geplaatst worden en welke functie elk heeft bij de automatisatie.
Sensoren meten of detecteren iets uit de omgeving en sturen een signaal door naar de verwerkingseenheid.
| Sensor | Detecteert |
|---|---|
| Lichtsensor | Licht of duisternis in de omgeving |
| Bewegingssensor | Beweging in de nabije omgeving |
| Druksensor | Druk of kracht die wordt uitgeoefend |
| Microfoon | Geluid of geluidsniveau |
| Temperatuursensor | Temperatuur van de omgeving of een object |
Actuatoren voeren een actie uit op basis van het signaal dat ze ontvangen van de verwerkingseenheid.
| Actuator | Actie |
|---|---|
| Luidspreker | Geeft geluid af |
| Lamp / LED | Geeft licht |
| Zoemer | Geeft een geluidssignaal (piep of alarm) |
| Motor | Veroorzaakt beweging (bijv. deur, ventilator) |
| Alarm | Geeft een waarschuwingssignaal |
Bij het ontwerpen van een informatieverwerkend systeem bepaal je: (1) welke sensoren en actuatoren nodig zijn, (2) waar ze het best geplaatst worden op een tekening of schema, en (3) welke functie elke sensor heeft bij de automatisatie.
Een school wil het licht in de gangen automatisch laten branden als er iemand langsloopt én als het donker is. Welke sensoren zijn er nodig? Welke actuator gebruik je? Schets het IPO-model voor dit systeem.
Een informatieverwerkend systeem neemt beslissingen op basis van logische poorten. Deze verwerken binaire signalen: een signaal is ofwel 0 (uit / laag / nee) ofwel 1 (aan / hoog / ja). Er zijn drie basispoorten die je moet kennen.
Een tabel die alle mogelijke combinaties van invoerwaarden (0 of 1) toont samen met de bijhorende uitvoerwaarde. Zo kan je het gedrag van een logische poort volledig beschrijven.
De uitvoer is 1 enkel als BEIDE ingangen gelijk zijn aan 1. Als ook maar één ingang 0 is, is de uitvoer 0.
| Ingang A | Ingang B | Uitvoer |
|---|---|---|
| 0 | 0 | 0 |
| 0 | 1 | 0 |
| 1 | 0 | 0 |
| 1 | 1 | 1 |
De uitvoer is 1 als MINSTENS ÉÉN ingang gelijk is aan 1. Alleen als alle ingangen 0 zijn, is de uitvoer ook 0.
| Ingang A | Ingang B | Uitvoer |
|---|---|---|
| 0 | 0 | 0 |
| 0 | 1 | 1 |
| 1 | 0 | 1 |
| 1 | 1 | 1 |
De uitvoer is altijd het omgekeerde van de ingang: 1 wordt 0, en 0 wordt 1. De NIET-poort heeft slechts één ingang.
| Ingang A | Uitvoer |
|---|---|
| 0 | 1 |
| 1 | 0 |
Je kunt logische poorten combineren om complexere besturingen te maken. Zo kan je meerdere sensoren verbinden via een combinatie van EN-, OF- en NIET-poorten voordat de uitvoer naar een actuator gaat.
Een lamp gaat aan als het donker IS (NIET L) EN er beweging IS (M). De logica combineert een NIET-poort met een EN-poort:
Denk aan een koelkast met een lampje. Het lampje gaat aan als de deur open is. Welke poort gebruik je? Wat is de ingang en wat is de uitvoer? Stel de waarheidstabel op.
Technologie is niet iets wat gewoon ‘werkt’ — het is het resultaat van logisch nadenken over invoer, verwerking en uitvoer.
Tot nu toe namen we systemen die volgens vaste, logische regels werken: als het donker is én er beweging is, dan gaat de lamp aan. Maar sommige systemen kunnen zelf leren uit voorbeelden in plaats van enkel vaste regels te volgen. Dat noemen we artificiële intelligentie (AI).
AI kan dus de plaats innemen van de gewone “logica in de besturing” uit de vorige paragraaf, maar dan voor taken die met simpele EN/OF/NIET-poorten te ingewikkeld zouden zijn — bijvoorbeeld een gezicht of een gesproken zin herkennen.
| Toepassing | Wat doet de AI? | Zinvol? |
|---|---|---|
| Spraakassistent | Herkent gesproken woorden en antwoordt | Ja — vaste regels volstaan hier niet |
| Robotstofzuiger | Leert de plattegrond en ontwijkt obstakels | Ja — elke kamer is anders |
| Lichtschakelaar in de gang | Lamp aan bij beweging | Nee — een eenvoudige sensor + poort volstaat |
AI is niet altijd de beste keuze. Voor een eenvoudige taak (zoals een lamp aanzetten bij beweging) is een gewone sensor met een logische poort goedkoper, betrouwbaarder en zuiniger. Vraag je dus telkens af: kan dit ook met een eenvoudige besturing? Pas als het antwoord nee is, is AI hier zinvol.
Een slimme deurbel met camera herkent wie er aan de deur staat. Waar zit hier de sensor, de verwerking en de actuator? Op welke plaats speelt AI een rol — en zou een gewone bel ook volstaan?
Oefening 1
Het IPO-model toegepast
Teken of beschrijf het IPO-model voor een thermostaat die de verwarming aanstuurt.
Tip: denk na over wanneer de verwarming moet starten en wanneer ze moet stoppen.
Oefening 2
Logische poorten in het dagelijkse leven
Geef voor elk van de drie logische poorten een voorbeeld uit het dagelijkse leven. Leg telkens uit waarom die poort van toepassing is.
Oefening 3
Alarmsysteem — waarheidstabel
Een beveiligingssysteem heeft twee sensoren: S1 (deur) en S2 (raam). Het alarm gaat af als S1 OF S2 geactiveerd is.
Oefening 4
Machine met twee schakelaars
Een machine mag alleen werken als schakelaar A EN schakelaar B tegelijk ingedrukt zijn.
Oefening 5
Gecombineerde logica — buitenlamp
Je hebt een systeem met een lichtsensor (L) en een bewegingssensor (M). Een lamp gaat aan als het donker IS (NIET L) EN er beweging IS (M).
Tip: bereken eerst NIET L voor elke combinatie, en gebruik dat resultaat daarna in de EN-poort.