Hoofdstuk 7  ·  22,5% van het examen

Ik ben digitaal vaardig

E-mail, bestandsbeheer, Word, Excel, PowerPoint en digitale veiligheid

Het examen test screenshots van Windows 10 en MS Office 365, niet de programma's zelf. Je hoeft niet te werken in de programma's — je moet herkennen welke knoppen en menu's te zien zijn op een schermafbeelding. Bestudeer de interface goed: waar staat de knop? Welk tabblad? Welk menu?
Digitaal leven …

Je stuurt elke dag berichten, zoekt informatie op, bewaart foto's en deelt bestanden. Maar weet je ook hoe je dat véilig en netjes doet? Hoe je een professionele e-mail schrijft? Hoe je je bestanden ordent zodat je ze terugvindt? Hoe je een formule in Excel tikt?

Digitale vaardigheden zijn niet iets wat je vanzelf leert — ze vragen bewust oefenen. En ze zijn cruciaal: op school, in je eerste job, en in het dagelijks leven. Dit hoofdstuk legt de basis.

Digitaal vaardig zijn betekent niet alleen kúnnen werken met een computer, maar ook slim, veilig en respectvol omgaan met technologie.

1

Digitaal communiceren

Digitale communicatie is communicatie via elektronische kanalen: e-mail, sociale media, fora, videogesprekken… Elk kanaal heeft zijn eigen regels en stijl. Het is belangrijk te weten wanneer je welk kanaal gebruikt en hoe je je bericht opstelt.

De structuur van een e-mail

Een e-mail heeft een vaste structuur. Op het examen moet je elk onderdeel kunnen benoemen en uitleggen.

Onderdelen van een e-mail

Veld / Onderdeel Uitleg
Aan Het e-mailadres van de ontvanger(s) — zij ontvangen de mail.
CC (carbon copy) Iemand in kopie zetten: hij/zij ontvangt de mail én iedereen ziet dat deze persoon het bericht kreeg.
BCC (blind carbon copy) Iemand discreet in kopie zetten: hij/zij ontvangt de mail, maar niemand ziet dit — het adres blijft verborgen.
Onderwerpregel Een korte, duidelijke beschrijving van het onderwerp. Altijd invullen!
Aanhef De begroeting: “Geachte mevrouw/meneer” (formeel) of “Beste [voornaam]” (informeel).
Inhoud Het eigenlijke bericht: duidelijk, bondig en correct geschreven.
Slotgroet “Met vriendelijke groeten” (formeel) of “Groeten” / “Met vriendelijke groet” (informeel).
Ondertekening Je naam; bij formele mail ook je functie en eventueel contactgegevens.
Bijlage Een document, foto of bestand dat je meestuurt. Vermeld in de tekst dat er een bijlage is!
Begrip — Formele e-mail Een formele e-mail stuur je naar iemand die je niet goed kent of naar een autoriteitspersoon (leerkracht, directeur, bedrijf). Je gebruikt correcte taal, geen afkortingen (geen “btw” of “imo”), geen emoji en geen informeel taalgebruik. Altijd een aanhef en slotgroet.
Begrip — Informele e-mail Een informele e-mail stuur je naar vrienden of familie. De toon is ontspannen; je mag spreektaal gebruiken. Maar zelfs informele mail heeft een onderwerp en is leesbaar geschreven.

Andere digitale communicatiekanalen

Sociale media

Instagram, TikTok, Facebook

Openbaar of semi-openbaar platform. Informele communicatie; berichten kunnen door velen worden gezien. Denk na voor je post: het internet vergeet niet.

Fora

Reddit, schoolforum

Discussieplatforms voor vragen en antwoorden. Stel vragen duidelijk; draag bij aan het gesprek op een respectvolle manier.

Blogwebsites

WordPress, Blogger

Persoonlijke of professionele bijdragen, langer en uitgebreider dan sociale media. Handig voor tutorials, verslagen of reflecties.

Online meetings

Microsoft Teams, Zoom, Google Meet

Video- en audiogesprekken via internet. Zorg voor een rustige achtergrond, goede microfoon en wees op tijd aanwezig, net als bij een echt gesprek.

Netiquette: regels voor nette digitale communicatie

Netiquette (van “network etiquette”) zijn de gedragsregels voor respectvolle communicatie online.

💡 Denkvraag

Stel je voor: je leerkracht stuurt een e-mail met een vraag over je taak. Hoe antwoord jij? Schrijf een antwoord in formele stijl — met aanhef, inhoud en slotgroet. Vergelijk dan met een informele versie aan een vriend. Wat zijn de verschillen?

2

Mappen en bestanden

Bestandsbeheer is de kunst om je digitale bestanden zo te organiseren dat je ze snel terugvindt. In Windows 10 doe je dit via de Verkenner (Windows Explorer).

Basishandelingen in Windows Verkenner

Handeling Hoe doe je het?
Map aanmaken Rechtermuisklik in een lege ruimte → NieuwMap
Eén bestand selecteren Klik op het bestand
Meerdere losse bestanden Ctrl + klik op elk gewenst bestand
Een reeks bestanden Klik op eerste bestand, dan Shift + klik op laatste bestand
Alle bestanden selecteren Ctrl + A
Verplaatsen Selecteer → Ctrl+X (knippen) → ga naar nieuwe locatie → Ctrl+V (plakken); of gewoon slepen
Kopiëren Selecteer → Ctrl+C (kopiëren) → ga naar nieuwe locatie → Ctrl+V (plakken)
Hernoemen Rechtermuisklik → Naam wijzigen, of selecteer en druk F2
Verwijderen Selecteer → Delete-toets, of rechtermuisklik → Verwijderen (gaat naar Prullenbak)

Logische mappenstructuur

Een goede mappenstructuur maakt het verschil tussen chaos en orde. Denk aan een hiërarchie: van breed naar specifiek.

Voorbeeld van een goede hiërarchie

  • 📁 School
  • 📁 Wiskunde
  • 📁 Proefwerken
  • 📁 Taken
  • 📁 Nederlands
  • 📁 Opstellen
  • 📁 Samenleving-Economie
Goede gewoontes voor bestandsnamen

Gebruik beschrijvende namen (geen “map1” of “nieuwdocument”).
Gebruik koppeltekens of underscores in plaats van spaties: proefwerk_wiskunde_2026.docx
Vermijd speciale tekens zoals / \ : * ? " < > | in bestandsnamen.
Voeg eventueel een datum toe als je meerdere versies bijhoudt: taak-v2_2026-05.docx

Uploaden en downloaden

Begrip — Uploaden Bestanden sturen van je computer naar internet of een cloudserver. Bijv.: een taak indienen via Smartschool, een foto plaatsen op Instagram.
Begrip — Downloaden Bestanden ophalen van internet naar je computer. Bijv.: een PDF-syllabus opslaan, een muzieknummer bewaren.

Cloudopslag

Cloudopslag betekent dat je bestanden worden bewaard op servers van een extern bedrijf, zodat je ze overal en op elk apparaat kunt bereiken via internet.

Microsoft

OneDrive

Geïntegreerd in Windows 10 en Office 365. Bestanden in OneDrive zijn automatisch gesynchroniseerd en toegankelijk via browser of de OneDrive-app.

Google

Google Drive

Gratis cloudopslag van Google. Bereikbaar via drive.google.com of de app. Integreert met Google Docs, Sheets en Slides.

3

Word (tekstverwerker)

Microsoft Word is een tekstverwerker: software om teksten aan te maken, op te maken en af te drukken. Op het examen krijg je schermafbeeldingen van Word 365 en moet je knoppen en opmaak herkennen.

Tekenopmaak

Tekenopmaak past de opmaak toe op geselecteerde letters of woorden.

Opmaak Uitleg
Lettertype Het ontwerp van de letters (bijv. Arial, Times New Roman, Calibri).
Lettergrootte De grootte uitgedrukt in punten (pt). Bijv. 12pt voor lopende tekst, 14–16pt voor titels.
Vet Dikgedrukt voor nadruk. Sneltoets: Ctrl+B.
Cursief Schuin voor titels van boeken, citaten of woorden in een vreemde taal. Sneltoets: Ctrl+I.
Onderstrepen Onderstreept voor links of nadruk. Sneltoets: Ctrl+U.
Kleur De kleur van de letters zelf (letterkleur).
Markeerkleur Een achtergrondkleur achter tekst, zoals een tekstmarker.
Superscript Kleine letter boven de lijn: m², km³.
Subscript Kleine letter onder de lijn: H2O.
Doorhalen Doorgehaalde tekst voor correcties of om iets te schrappen.

Alineaopmaak

Alineaopmaak past de opmaak toe op een volledige alinea.

Opmaak Uitleg
Regelafstand De ruimte tussen de regels in een alinea: enkel (1,0), anderhalf (1,5) of dubbel (2,0).
Uitlijning Links (standaard), gecentreerd (midden), rechts, of uitgevuld (beide randen gelijk).
Inspringen Inspringing van de eerste regel van een alinea of de volledige alinea ten opzichte van de marge.
Opsomming Een lijst met punten (•) of een genummerde lijst (1, 2, 3…) voor opsommingen.

Paginaopmaak

Opmaak Uitleg
Marges De witte ruimte aan de randen van de pagina (boven, onder, links, rechts). Stel in via Lay-out → Marges.
Afdrukstand Staand (portrait): hogere dan brede pagina. Liggend (landscape): bredere dan hoge pagina.

Kop- en voettekst

Begrip — Koptekst (header) Vaste tekst die bovenaan elke pagina verschijnt. Bijv.: naam van het document, naam van de leerling, datum.
Begrip — Voettekst (footer) Vaste tekst onderaan elke pagina. Bijv.: paginanummer, naam van de school, copyright.

Tabellen in Word

Een tabel in Word invoegen: InvoegenTabel. Eenmaal een tabel is ingevoegd, verschijnen extra tabbladen (Tabelontwerp en Indeling).

Tabelopmaak Uitleg
Randen Lijnen rondom of tussen cellen instellen of verwijderen. Via Tabelontwerp → Randen.
Arcering Achtergrondkleur van een cel of rij instellen. Via Tabelontwerp → Arcering.
Tekst uitlijnen in cel Tekst links, gecentreerd of rechts uitlijnen binnen een cel; ook verticaal (boven, midden, onder). Via Indeling.

Afdrukken in Word

Instelling Uitleg
Aantal exemplaren Hoeveel kopieën je afdrukt.
Sortering Bij meerdere exemplaren: gesorteerd = 1-2-3 / 1-2-3; niet gesorteerd = 1-1-1 / 2-2-2 / 3-3-3.
Enkelzijdig / dubbelzijdig Afdrukken op één of beide zijden van het papier.
Kleur / zwart-wit Kleurenafdruk of zwart-witafdruk kiezen.

Opslaan als PDF

Een Word-document opslaan als PDF: BestandOpslaan als → kies PDF (*.pdf) als bestandstype → Opslaan.

Tip

Een PDF-bestand kan door iedereen worden geopend en ziet er op elk apparaat hetzelfde uit. Gebruik PDF voor documenten die je indient of deelt — zo voorkom je opmaakproblemen.

Handige sneltoetsen in Word

Ctrl + BVet (bold)
Ctrl + ICursief (italic)
Ctrl + UOnderstrepen
Ctrl + ZOngedaan maken (undo)
Ctrl + YOpnieuw uitvoeren (redo)
Ctrl + CKopiëren
Ctrl + XKnippen
Ctrl + VPlakken
Ctrl + SOpslaan
Ctrl + PAfdrukken
4

Excel (rekenblad)

Microsoft Excel is een spreadsheetprogramma (rekenblad): software om gegevens te organiseren, berekeningen te maken en grafieken te maken. Het examen test herkenning van de interface en formules.

Structuurelementen van Excel

Element Uitleg Voorbeeld
Cel Het vakje waar je gegevens invoert. De basisunit van Excel. Het vakje op rij 1, kolom A
Celadres De naam van een cel = kolomletter + rijnummer. A1, B3, C12, D25
Bereik Een groep aaneengesloten cellen, aangeduid met dubbele punt. A1:D5 = alle cellen van A1 tot D5
Rij Horizontale reeks cellen. Genummerd met cijfers: 1, 2, 3… Rij 3 = de derde horizontale rij
Kolom Verticale reeks cellen. Genummerd met letters: A, B, C… Kolom B = de tweede verticale kolom
Werkblad Eén tabblad in een Excel-bestand. Onderaan het scherm zichtbaar. “Blad1”, “Blad2”
Werkmap Het volledige Excel-bestand (*.xlsx) dat alle werkbladen bevat. budget_2026.xlsx

Opmaak in Excel

Opmaak Uitleg
Lettertype en -grootte Stijl en grootte van de tekst in een cel, net als in Word.
Randen Lijnen rondom of tussen cellen toevoegen. Via het tabblad Start → Randen.
Opvulkleur Achtergrondkleur van een cel (bijv. koprij markeren met een kleur).
Uitlijning Tekst links, midden of rechts uitlijnen in de cel.
Rijhoogte De hoogte van een rij aanpassen: rechtermuisklik op rijnummer → Rijhoogte.
Kolombreedte De breedte van een kolom aanpassen: rechtermuisklik op kolomletter → Kolombreedte.
Samenvoegen Meerdere cellen samenvoegen tot één grote cel. Via StartSamenvoegen en centreren.

Getalnotaties

Excel kan getallen op verschillende manieren weergeven. Je stelt dit in via Start → groep Getal, of rechtermuisklik → Celeigenschappen.

Notatie Voorbeeld
Valuta € 1.234,56 — getal met euroteken en twee decimalen
Percentage 25% — het getal 0,25 wordt weergegeven als 25%
Decimalen Aantal cijfers na de komma instellen (bijv. 3,14 vs. 3,142)
Datum 30/05/2026 of 30 mei 2026 — verscheidene opmaken mogelijk
Tijd 14:30 of 14:30:00

Formules en operatoren

Elke formule in Excel begint met een = (gelijkteken). Zonder dit teken behandelt Excel de invoer als tekst, niet als berekening.
Operator Betekenis Voorbeeld
+ Optellen =A1+B1
Aftrekken =A1-B1
* Vermenigvuldigen =A1*B1
/ Delen =A1/B1
( ) Haakjes voor volgorde van bewerkingen =(A1+B1)*C1
SOM-formule =SOM(A1:A10)

Telt alle waarden in het bereik A1 tot en met A10 op. Handig voor totaalkolommen.

Let op — Volgorde van bewerkingen

In Excel geldt dezelfde volgorde als in wiskunde: eerst vermenigvuldigen en delen (*,/), dan optellen en aftrekken (+,−). Gebruik haakjes om die volgorde te wijzigen.
=3+4*2 geeft 11 (niet 14).
=(3+4)*2 geeft 14.

Handige sneltoetsen in Excel

Ctrl + HomeGa naar cel A1
Ctrl + EndGa naar de laatste gebruikte cel
F2Cel bewerken
DeleteCelinhoud wissen
Ctrl + ZOngedaan maken
Ctrl + SOpslaan
5

PowerPoint (presentatiesoftware)

Microsoft PowerPoint is presentatiesoftware: je maakt er dia’s mee die je kunt projecteren tijdens een presentatie. Elk bestand heet een presentatie en bestaat uit meerdere dia’s.

Werken met dia’s

Handeling Hoe doe je het?
Nieuwe dia invoegen Tabblad Start of InvoegenNieuwe dia, of rechtermuisklik op een dia in het paneel → Dia invoegen.
Dia verwijderen Rechtermuisklik op de dia in het paneel → Dia verwijderen.
Dia dupliceren Rechtermuisklik op de dia → Dia dupliceren: maakt een identieke kopie.
Dia verplaatsen Klik en sleep de dia in het paneel naar de gewenste positie.
Overgangen Animatie van de ene naar de andere dia (bijv. vervagen, doorschuiven). Via tabblad Overgangen.
Animaties Bewegingen van objecten op een dia (bijv. tekst die invliegt, opsommingspunten die een voor een verschijnen). Via tabblad Animaties.
Verschil: overgang vs. animatie Een overgang is het effect tussen twee dia’s (hoe de ene dia weggaat en de andere verschijnt). Een animatie is een effect van een object op de dia zelf (bijv. een tekstvak dat na een klik inschuift).

Objecten op een dia

Object Hoe invoegen
Tekstvak Tabblad InvoegenTekstvak → klik en sleep op de dia om het vak te tekenen → type de tekst.
Vormen Tabblad InvoegenVormen → kies een vorm (rechthoek, cirkel, pijl…).
Afbeelding Tabblad InvoegenAfbeelding → kies een bestand van je computer.
Tabel Tabblad InvoegenTabel → kies het aantal rijen en kolommen.

De diavoorstelling starten

F5Presentatie starten vanaf de eerste dia
Shift + F5Presentatie starten vanaf de huidige dia
EscapePresentatie stoppen
Pijl rechts / spatiebalkVolgende dia of animatie
Pijl linksVorige dia

Tips voor een goede presentatie

6

Regels van de digitale wereld

Digitale vaardigheden gaan niet alleen over programma’s kennen. Ze gaan ook over veilig, eerlijk en verantwoordelijk omgaan met technologie en met andere mensen online.

Cyberpesten en -intimidatie

Begrip — Cyberpesten Systematisch pesten via digitale kanalen: haatberichten sturen, iemand buitensluiten uit groepschats, nepprofielen aanmaken, foto’s verspreiden zonder toestemming… Het kan elke dag en overal plaatsvinden, ook buiten schooluren.
Begrip — Online intimidatie Bedreigende, beledigende of seksueel getinte berichten sturen aan iemand. Dit is strafbaar naar Belgisch recht.

Wat doe je als je gepest of geïntimideerd wordt online?

  1. Blokkeer de pestkop op het platform.
  2. Sla bewijzen op: maak screenshots van de berichten (met datum en afzender zichtbaar).
  3. Meld het aan een ouder, leerkracht of vertrouwenspersoon.
  4. Dien aangifte in bij de politie als de berichten bedreigend of crimineel zijn.
  5. Contacteer het platform (Instagram, TikTok…) om het account te rapporteren.

Veilige wachtwoorden

Een sterk wachtwoord beschermt je accounts. Zwakke wachtwoorden zijn een van de meest voorkomende oorzaken van gehackte accounts.

Nepnieuws herkennen

Begrip — Nepnieuws (fake news) Bewust verspreide foutieve of misleidende informatie, vaak met als doel mensen te misleiden, angst te zaaien of politieke doelen te bereiken. Nepnieuws verspreidt zich snel via sociale media.

Checklist: Is dit nepnieuws?

  • Controleer de bron: wie schrijft dit? Is dit een betrouwbare nieuwssite of een anonieme pagina?
  • Zoek het bericht op via andere, betrouwbare bronnen (bijv. VRT Nieuws, De Standaard, BBC).
  • Let op emotionele taal: overdreven titels, angst- of woede-uitspraken zijn een waarschuwingsteken.
  • Controleer de datum: is het recent? Oud nieuws wordt soms opnieuw gedeeld alsof het nieuw is.
  • Raadpleeg factchecksites: Knack.be/factcheck, deCheckers.be

Privacy online

💡 Denkvraag

Zoek op je eigen sociale mediaprofiel: welke informatie over jou is zichtbaar voor anderen? Controleer dan de privacyinstellingen en beslis bewust wat je deelt. Wat zou een vreemde nu kunnen te weten komen over jou?

7

Feit, mening en in dialoog gaan

Op het internet kom je een stroom aan informatie tegen. Om er kritisch mee om te gaan, moet je een belangrijk verschil kennen: dat tussen een feit en een mening.

Begrip Feit

Een uitspraak die je kunt controleren en die waar of onwaar is, los van wat iemand ervan vindt. Bijvoorbeeld: “Brussel is de hoofdstad van België.”

💭
Begrip Mening

Wat iemand ergens van vindt. Een mening kun je niet controleren als waar of onwaar — iemand anders kan er anders over denken. Bijvoorbeeld: “Brussel is de mooiste stad.”

Niet alles wat je online leest, klopt. Soms is informatie bewust verzonnen om mensen te misleiden: dat noemen we fake news (nepnieuws). Ook kunstmatige intelligentie (AI) kan tegenwoordig tekst, beeld en video maken die er echt uitziet maar het niet is. Daarom moet je leren bronnen checken.

Zo controleer je informatie

  • Wie? Wie schreef dit, en is dat een betrouwbare bron?
  • Waar nog? Vind je hetzelfde bericht ook bij andere, betrouwbare bronnen?
  • Wanneer? Is het bericht recent of verouderd?
  • Echt of gemaakt? Kan dit beeld of deze tekst door AI gemaakt zijn?

Op basis van betrouwbare informatie kun je dan een eigen standpunt vormen: wat vind jij ergens van, en waarom? Daarna ga je in dialoog met anderen. Een goede dialoog is meer dan je gelijk halen — het is samen nadenken.

Goed in dialoog gaan

  • Actief luisteren: laat de ander uitspreken en probeer hem te begrijpen.
  • Argumenteren: onderbouw je mening met minstens één goed argument.
  • Respect: je mag het oneens zijn en toch respectvol blijven.
  • Openstaan: wees bereid je mening bij te stellen bij een goed argument.
💡 Denkvraag

Lees een recente krantenkop of een bericht op sociale media. Wat is in dat bericht een controleerbaar feit, en wat is iemands mening?

Technologie is een gereedschap. Jij beslist hoe je het gebruikt — slim of onzorgvuldig, creatief of destructief. Digitale vaardigheden betekenen ook: nadenken voor je klikt.

Samenleving & Economie  ·  Eerste Graad A-stroom

Oefeningen

Oefening 1

Formele e-mail schrijven

Je wil een formele e-mail sturen aan je leerkracht om een afwezigheid te melden. Schrijf de volledige structuur van de e-mail:

  1. Aan: (vul een fictief e-mailadres in)
  2. Onderwerp: (schrijf een passende onderwerpregel)
  3. Aanhef: (formele begroeting)
  4. Inhoud: (meld je afwezigheid, geef een korte reden, vraag wat je hebt gemist)
  5. Slotgroet en ondertekening

Tip: gebruik geen afkortingen of emoji in een formele e-mail. Gebruik “Geachte mevrouw/meneer [naam]” als aanhef.

Oefening 2

Excel-formules schrijven

In een Excel-werkblad heb je de volgende waarden: A1 = 150, A2 = 200, A3 = 75. Schrijf de formule om:

  1. A1 en A2 op te tellen.
  2. Het gemiddelde van A1 t.e.m. A3 te berekenen. (Hint: gemiddelde = som gedeeld door aantal)
  3. A1 te vermenigvuldigen met 3 en daarna A2 af te trekken.

Vergeet niet: elke formule in Excel begint met =

Oefening 3

Werken met Word

Je maakt een Word-document. Beschrijf stap voor stap wat je doet om:

  1. De tekst van je titel te centreren.
  2. De regelafstand te veranderen naar 1,5.
  3. Het document op te slaan als PDF.

Vermeld telkens het juiste tabblad of menu in Word: Start, Lay-out, Bestand

Oefening 4

Nepnieuws herkennen

Hoe herken je nepnieuws? Noem drie concrete controlestappen die je onderneemt als je twijfelt aan een bericht op sociale media.

Denk aan: de bron, andere bronnen raadplegen, de taal van het bericht, de datum, factchecksites.

Oefening 5

Cyberpesten — Wat doe jij?

Je ontvangt op Instagram haatberichten van een anonieme persoon. Wat zijn drie concrete stappen die je onderneemt?

Denk aan: bewijzen, blokkeren, melden aan volwassenen, aangifte…

Oefening 6

PowerPoint — Bestandsbeheer

  1. Wat is het verschil tussen een overgang en een animatie in PowerPoint?
  2. Hoe start je een diavoorstelling vanaf de huidige dia?
  3. In de Windows Verkenner wil je drie losse bestanden selecteren die niet naast elkaar staan. Welke toets gebruik je?
  4. Leg het verschil uit tussen uploaden en downloaden. Geef een voorbeeld van elk.

Samenvatting