De economie is een systeem van uitwisseling. Mensen, bedrijven en de overheid wisselen voortdurend goederen, diensten en geld met elkaar uit. Om dat systeem te begrijpen, kijken we naar de drie hoofdactoren en de twee stromen die tussen hen lopen.
In de economische kringloop lopen er twee soorten stromen die elkaar aanvullen:
Het systeem waarbij gezinnen, bedrijven en de overheid voortdurend goederen, diensten en geld met elkaar uitwisselen. Er zijn twee stromen: een reële stroom (goederen en diensten) en een financiële stroom (geld), die in tegengestelde richting lopen.
Als jij een brood koopt in de supermarkt: welke stroom loopt er van jou naar de supermarkt, en welke stroom loopt er van de supermarkt naar jou? Wie zijn hier de actoren?
De overheid speelt een centrale rol in de economische kringloop. Ze int belastingen bij gezinnen en bedrijven, en gebruikt die inkomsten om publieke diensten en bescherming te financieren waar iedereen gebruik van kan maken.
Belastingen zijn verplichte bijdragen die burgers en bedrijven betalen aan de overheid. Er zijn verschillende soorten:
| Belasting | Wie betaalt? | Waarop? |
|---|---|---|
| Personenbelasting | Gezinnen | Op het inkomen van particulieren |
| Vennootschapsbelasting | Bedrijven | Op de winst van een bedrijf |
| BTW (belasting over toegevoegde waarde) | Iedereen | Bij elke aankoop van goederen of diensten |
| Milieubelastingen | Gezinnen & bedrijven | Op vervuilende activiteiten of producten |
| Gebouw- en wegenbelasting | Eigenaars, weggebruikers | Op bezit van onroerend goed en gebruik van wegen |
Via de belastingen financiert de overheid diensten en infrastructuur die ten goede komen aan alle burgers:
Je gaat elke dag naar school zonder te betalen. Jouw ouders betalen wel belastingen. Hoe hangt dat samen? Welke overheidsuitgave maakt jouw gratis onderwijs mogelijk?
Niet iedereen in de samenleving heeft dezelfde kansen en middelen. Sommige mensen kunnen moeilijker deelnemen aan de economie dan anderen. Dat heet sociale ongelijkheid. Er zijn zes belangrijke oorzaken:
| Oorzaak | Uitleg |
|---|---|
| Discriminatie | Ongelijke behandeling op basis van geslacht, afkomst, leeftijd of andere kenmerken |
| Gewoontes en cultuur | Wat je van thuis meekrijgt: waarden, gewoontes en kansen die niet iedereen op gelijke voet krijgt |
| Gezondheid | Ziekte of beperking kan arbeidsmogelijkheden sterk beperken |
| Inkomen en rijkdom | Ongelijke verdeling van geld en bezittingen maakt kansen ongelijk |
| Onderwijs en kansen | Niet iedereen heeft gelijke toegang tot goed onderwijs of stages |
| Wetten van de overheid | Het belastingsysteem en de sociale wetgeving kunnen ongelijkheid versterken of verkleinen |
Het verschijnsel waarbij mensen in een samenleving niet gelijke kansen, inkomsten of toegang tot diensten hebben. Oorzaken zijn divers: discriminatie, cultuur, gezondheid, inkomen, onderwijs en overheidsbeleid.
Om sociale ongelijkheid te verminderen, heeft België een stelsel van sociale zekerheid. Het idee is eenvoudig: wie werkt, betaalt mee — en wie het nodig heeft, ontvangt steun.
Aanvullende uitkeringen zijn extra steun naast een gewoon inkomen. Ze zijn bedoeld voor mensen die bijzondere kosten hebben of in een kwetsbare situatie zitten:
Vervangingsuitkeringen springen in de bres wanneer je inkomen wegvalt. Ze vervangen (een deel van) je loon tijdelijk of permanent:
| Uitkering | Wanneer? |
|---|---|
| Arbeidsongevallenuitkering | Als je een ongeluk krijgt op het werk of op weg naar het werk |
| Pensioen | Na een loopbaan, als je de pensioenleeftijd hebt bereikt |
| Werkloosheidsuitkering / leefloon (OCMW) | Als je geen werk vindt of je werk verliest en geen recht hebt op werkloosheid |
| Ziekte- en invaliditeitsuitkering | Als je door ziekte of invaliditeit niet kunt werken |
Een stelsel van bescherming waarbij werkenden bijdragen betalen zodat iedereen verzekerd is bij inkomensverlies, ziekte, werkloosheid of pensioen. Het is gebaseerd op het solidariteitsbeginsel: samen sterk.
Stel: je ouder wordt ziek en kan niet meer werken. Welke uitkering zouden zij kunnen krijgen? Is dat een aanvullende of een vervangingsuitkering? Waarom?
Bedrijven zijn de producerende actoren in de economie. Ze zetten grondstoffen, arbeid en kapitaal om in goederen en diensten die gezinnen en andere bedrijven kopen.
Een bedrijf bestaat uit verschillende afdelingen, elk met een eigen functie:
| Afdeling | Functie |
|---|---|
| Aankoop | Grondstoffen en materialen inkopen |
| Directie | Leiding geven aan het bedrijf |
| Boekhouding | Financiën bijhouden |
| Magazijn | Voorraad beheren |
| Marketing | Producten bekendmaken en verkopen |
| Onthaal | Eerste contact met klanten |
| Productie | Goederen maken |
| Verkoop | Producten aan klanten leveren |
Bedrijven worden ingedeeld in vier sectoren op basis van hun activiteit:
| Sector | Omschrijving | Voorbeelden |
|---|---|---|
| Primair | Winning van grondstoffen uit de natuur | Landbouw, visserij, mijnbouw |
| Secundair | Verwerking van grondstoffen tot producten | Industrie, bouw, voedingsverwerking |
| Tertiair | Marktgebonden diensten | Handel, transport, toerisme, banken |
| Quartair | Niet-marktgebonden diensten (geen winstoogmerk) | Openbaar onderwijs, gezondheidszorg, overheidsadministratie |
| Type | Omschrijving | Voorbeelden |
|---|---|---|
| Goederen | Tastbare producten die je kunt aanraken | Brood, auto, kleren |
| Diensten | Niet-tastbare prestaties die iemand levert | Knipbeurt, busrit, verzekering |
| Investeringsgoederen | Goederen die worden gebruikt om andere goederen te produceren | Machines, fabrieksgebouwen |
Is jouw school een profit- of non-profitorganisatie? En in welke economische sector valt ze? Leg je redenering uit.
Gezinnen zijn zowel consumenten als productiefactor in de economie. Ze besteden hun inkomsten, betalen belastingen en dragen bij aan de sociale zekerheid. Om goed te kunnen rondkomen, is het belangrijk om inkomsten en uitgaven goed te beheren.
Terugkerende inkomsten
Regelmatig en voorspelbaar
Toevallige inkomsten
Onregelmatig en onverwacht
Niet alle uitgaven zijn hetzelfde. Een goed huishoudbudget houdt rekening met vier soorten uitgaven:
| Type uitgave | Omschrijving | Voorbeelden |
|---|---|---|
| Vaste uitgaven | Hetzelfde bedrag elke maand | Huur, abonnement, lening |
| Variabele uitgaven | Wisselend bedrag, maar regelmatig | Eten, kleding, vervoer |
| Onvoorziene uitgaven | Onverwacht en niet gepland | Medische kosten, autopanne |
| Uitzonderlijke uitgaven | Éénmalig of zelden | Vakantie, nieuwe wasmachine |
Denk aan de inkomsten en uitgaven van jouw gezin. Welke uitgaven zijn vast en welke zijn variabel? Wat zou er gebeuren als er een onvoorziene uitgave is, zoals een kapotte verwarmingsketel?
Bedrijven willen winst maken, maar ze hebben ook een grote invloed op de mensen en de wereld om hen heen. Een bedrijf dat daar bewust mee bezig is, doet aan maatschappelijk verantwoord ondernemen (afgekort MVO). Zo’n bedrijf probeert het steeds beter te doen, niet alleen voor de winst, maar ook voor mens en milieu.
Ondernemen waarbij een bedrijf systematisch streeft naar verbetering op drie vlakken tegelijk: de mensen, het milieu en de winst.
Bij MVO denk je aan het People-Planet-Profit-model: de drie P’s die met elkaar in evenwicht moeten zijn.
Producten kopen en verkopen tegen een eerlijke prijs, zodat ook de boeren en werknemers in andere landen een correct loon krijgen en in goede omstandigheden kunnen werken.
Groepen mensen die moeilijker werk vinden, bijvoorbeeld door een beperking of een moeilijke achtergrond. Sommige bedrijven (zoals maatwerkbedrijven) geven hen bewust een kans op een job.
MVO geldt zowel voor profitorganisaties (gericht op winst) als voor non-profitorganisaties (zonder winstoogmerk, zoals een ziekenhuis of een sportvereniging). Beide zoeken een gezond evenwicht tussen de drie P’s.
Zoek een bekend merk en bekijk wat het doet voor People, Planet en Profit. Vind je dat het bedrijf de drie P’s in evenwicht houdt? Waarom wel of niet?
Oefening 1
De economische kringloop
Teken of beschrijf de economische kringloop:
Oefening 2
De vier economische sectoren
Geef voor elk van de vier economische sectoren een voorbeeld van een bedrijf dat je kent in de buurt.
Tip: kijk in je eigen gemeente of stad. Een bakker die zijn eigen brood maakt: primair of secundair?
Oefening 3
Sociale zekerheid: welke uitkering?
Welk type uitkering ontvang je als…
Maak ook het onderscheid: is het een aanvullende of een vervangingsuitkering?
Oefening 4
Vaste vs. variabele uitgaven
Oefening 5
Budgetoefening
Je hebt een maandelijks loon van € 2.000. Je betaalt de volgende kosten: