Tekens in nat klei gedrukt — het begin van het schrift en daarmee van de geschreven geschiedenis
| Soort voorwerp | Beschreven kleitablet (schriftdrager) |
| Materiaal | Gedroogde of gebakken klei |
| Waar gevonden | Mesopotamië (vooral Soemerische steden zoals Oeroek) |
| Wanneer | vanaf ca. 3200 v.Chr. |
| Te zien in | O.a. het British Museum (Londen) en het Louvre (Parijs) |
| Relevante hoofdstukken | H10 (Mesopotamië en het ontstaan van het schrift) |
Een kleitablet is een platte koek van klei, vaak niet groter dan je hand, vol met kleine driehoekige tekens. Die tekens noemen we spijkerschrift, omdat ze eruitzien als kleine spijkertjes of wiggen. De Soemeriërs, die in Mesopotamië woonden (het gebied tussen de rivieren de Eufraat en de Tigris, in het huidige Irak), bedachten dit schrift ruim vijfduizend jaar geleden. Het is een van de oudste schriften ter wereld.
Het maken ging slim en eenvoudig. De schrijver nam een stukje vochtige klei en drukte er met een rietstengel met een driehoekig uiteinde tekens in. Zolang de klei nat was, kon je het tablet gladstrijken en opnieuw beginnen — net als een uitwisbaar schoolbord. Maar als het tablet eenmaal in de zon was gedroogd of in een oven gebakken, werd het keihard. En daardoor zijn er tot vandaag honderdduizenden van bewaard gebleven.
Het schrift ontstond niet om mooie verhalen te vertellen, maar om iets veel gewoners: boekhouding. De allereerste tabletten zijn lijstjes. Hoeveel zakken graan? Hoeveel schapen? Wie heeft wat geleverd? In de groeiende steden van Mesopotamië konden mensen dat niet meer allemaal onthouden, dus bedachten ze tekens om het op te schrijven. Pas later werd het schrift ook gebruikt voor wetten, brieven, gebeden en zelfs verhalen.
Het kleitablet is een bijzonder soort bron, want het is een geschreven bron. En dat is precies waarom dit voorwerp zo belangrijk is in de geschiedenis. Historici trekken een grens: alles vóór de uitvinding van het schrift noemen we prehistorie («voor de geschiedenis»), alles erna noemen we de geschiedenis. Met het eerste kleitablet begint dus letterlijk de geschreven geschiedenis van de mensheid.
Een geschreven bron kan ons veel meer vertellen dan een ongeschreven bron. Bij de Leeuwmens of bij Lascaux moeten we raden wat de makers dachten. Maar een kleitablet vertelt het ons rechtstreeks: namen, aantallen, afspraken, soms zelfs gevoelens. We weten hoeveel een arbeider verdiende, welke goden de mensen vereerden en hoe een handelaar boos werd in een klachtenbrief. Dat soort details krijg je nooit uit een potscherf alleen.
Toch moet een historicus ook hier voorzichtig zijn. Niet iedereen kon schrijven — dat was het werk van speciaal opgeleide schrijvers. Wat op de tabletten staat, is dus vooral wat die schrijvers en hun opdrachtgevers belangrijk vonden: handel, belastingen, koningen en goden. De gewone boer die niet kon schrijven, komt zelden zelf aan het woord. Een bron toont ons altijd maar een deel van het verhaal, en het is goed om je af te vragen wie er aan het woord is — en wie zwijgt.
Spijkerschrift leren was niet makkelijk: er bestonden honderden verschillende tekens. Een schrijver moest daarvoor jarenlang naar school. Wie het kon, had een aanzienlijke en goed betaalde baan.
Omdat klei na het bakken zo hard wordt, zijn er honderdduizenden tabletten bewaard gebleven. Soms vatte zelfs een brand een heel paleis: de bibliotheek brandde af, maar de kleitabletten werden er juist door gebakken en gehard.
Een van de oudste verhalen ter wereld, het Gilgamesj-epos, is op kleitabletten in spijkerschrift bewaard. Er staat zelfs een verhaal over een grote overstroming in, dat lijkt op het bijbelse verhaal van Noach.