Dezelfde tekst in drie schriften — de sleutel waarmee de Egyptische hiërogliefen werden ontcijferd
| Soort voorwerp | Beschreven stenen plaat (stele) met een besluit |
| Materiaal | Graniet-achtige steen (granodioriet) |
| Waar gevonden | Rosetta (el-Rashid), in de Nijldelta, Egypte |
| Wanneer | 196 v.Chr. (gevonden in 1799) |
| Te zien in | Het British Museum (Londen) |
| Relevante hoofdstukken | H11 (Het oude Egypte) |
De Rosetta-steen is een grote, donkere steen vol met geschreven tekens. Het bijzondere is dat er dezelfde tekst drie keer op staat, telkens in een ander schrift: bovenaan in Egyptische hiërogliefen (de beeldtekens van de priesters), in het midden in het demotisch (het dagelijkse Egyptische schrift) en onderaan in het Grieks. De tekst zelf is niet spannend: het is een officieel besluit van priesters ter ere van farao Ptolemaeus V, uit het jaar 196 voor Christus.
De steen werd in 1799 bij toeval ontdekt door Franse soldaten die in Egypte een fort versterkten, in de buurt van het stadje Rosetta. Een officier besefte dat de drie verschillende schriften wel eens heel belangrijk konden zijn. Niet veel later versloegen de Britten de Fransen in Egypte, en als onderdeel van de overgave eisten zij de steen op. Zo belandde de Rosetta-steen in Londen, waar hij nog steeds te zien is.
Waarom was de steen zo'n sensatie? Omdat niemand op dat moment nog Egyptische hiërogliefen kon lezen. Dat geheim was al meer dan duizend jaar verloren. Maar het Grieks onderaan konden geleerden wél lezen. En omdat het op de steen om dezelfde tekst ging, hadden zij ineens een soort sleutel: vergelijk het bekende Grieks met de onbekende hiërogliefen, en misschien kun je de geheimtaal kraken.
De Rosetta-steen is een geschreven bron, maar zijn echte belang is bijzonder: hij is vooral een sleutel tot andere bronnen. De tekst op de steen zelf is maar matig interessant. Wat de steen onmisbaar maakt, is dat hij geleerden hielp om de hiërogliefen te ontcijferen. En daardoor konden plots duizenden andere Egyptische teksten gelezen worden: op tempelmuren, op grafstenen, op papyrusrollen. Een enkele bron opende zo de deur naar een hele beschaving.
De man die de doorbraak maakte, was de Fransman Jean-François Champollion. Na jaren puzzelen begreep hij in 1822 hoe het systeem werkte: hiërogliefen waren niet alleen plaatjes, maar stonden vaak ook voor klanken, een beetje zoals onze letters. Vanaf dat moment kon Egypte zijn eigen verhaal weer vertellen, in zijn eigen woorden, na meer dan een millennium van stilte.
Voor een historicus laat de Rosetta-steen mooi zien hoe kennis werkt. Een voorwerp is niet alleen waardevol om wat erop staat, maar ook om wat het mogelijk maakt. Zonder deze ene steen zouden de muren van de Egyptische tempels voor ons nog altijd zwijgende plaatjes zijn. Mét de steen veranderden ze in leesbare teksten vol namen, jaartallen en verhalen.
Champollion was zo'n talenwonder dat hij als kind al een handvol talen sprak. Toen hij de hiërogliefen eindelijk doorhad, riep hij volgens de overlevering «Ik heb het!» en viel daarna flauw van opwinding.
De Rosetta-steen is een van de populairste voorwerpen in het British Museum. Generaties bezoekers raakten hem aan, waardoor de tekst plaatselijk gladgesleten raakte.
Door de steen is «Rosetta» een woord geworden voor «de sleutel om iets onbegrijpelijks te ontcijferen». Zelfs een Europese ruimtesonde die op een komeet landde, werd Rosetta genoemd.