Honderden dieren op de wanden van een Franse grot — een kunstgalerij van 19.000 jaar oud
| Soort voorwerp | Wandschilderingen en gravures in een grot |
| Materiaal | Natuurlijke verf (oker, houtskool) op kalksteen |
| Waar gevonden | Lascaux, bij Montignac, Zuidwest-Frankrijk |
| Wanneer | ca. 17.000 v.Chr. (oude steentijd) |
| Te zien in | Lascaux IV (kopiegrot) in Montignac; de echte grot is gesloten |
| Relevante hoofdstukken | H8 (Kunst en geloof in de prehistorie) |
Diep in een grot in het zuidwesten van Frankrijk staan de wanden vol met dieren: paarden, herten, stieren, oerrunderen en zelfs een neushoorn. In totaal zijn het bijna tweeduizend afbeeldingen, geschilderd en gegraveerd door mensen uit de oude steentijd. De grootste figuur, een oeros, is meer dan vijf meter lang. De kleuren — geel, rood, bruin en zwart — zijn na al die eeuwen nog verrassend goed bewaard.
De ontdekking was puur toeval. In september 1940 ging een groepje jongens uit het dorp Montignac op zoek naar hun weggelopen hond. Volgens het verhaal verdween de hond in een gat in de grond. Toen de jongens een paar dagen later met touwen terugkwamen en afdaalden, stonden ze plots oog in oog met de geschilderde dieren. Ze hadden zonder het te weten een van de beroemdste kunstwerken ter wereld teruggevonden.
De makers gebruikten verf van natuurlijke materialen: aarde met ijzer erin voor rood en geel (oker) en houtskool of mangaan voor zwart. Ze bliezen verf door holle botjes om vlakken te maken, gebruikten penselen van mos of haar en krasten lijnen in de steen. Omdat het diep in de grot pikkedonker is, moeten ze gewerkt hebben bij het flakkerende licht van vetlampjes. Sommige schilderingen zitten zo hoog dat de makers steigers of ladders moeten hebben gebouwd.
Net als de Leeuwmens is Lascaux een ongeschreven bron uit een tijd zonder schrift. Wat we er zeker uit kunnen aflezen, is dat deze mensen uitstekende waarnemers waren. De dieren zijn met grote precisie getekend: je herkent meteen welk dier het is, en sommige zijn zelfs afgebeeld in beweging. De makers kenden hun wereld door en door, want het waren juist deze dieren waarop ze joegen of die ze vreesden.
Maar waaróm ze de grot beschilderden, blijft een raadsel. Historici en archeologen hebben verschillende ideeën. Misschien was het magie om de jacht te laten lukken. Misschien hoorden de schilderingen bij een religieus ritueel, of bij verhalen die van generatie op generatie werden doorverteld. Misschien was de grot een soort heiligdom. Geen enkele uitleg is zeker, want de makers hebben het ons niet kunnen vertellen. Het is een mooi voorbeeld van hoe een bron veel kan tonen, maar niet alles kan verklaren.
Opvallend is wat er niet op de wanden staat: mensen zijn er nauwelijks afgebeeld, en alledaagse dingen zoals planten of het landschap ook niet. Bijna alles draait om dieren. Dat keuze zegt ons iets: voor deze mensen waren de grote dieren blijkbaar het belangrijkst om vast te leggen. Welke betekenis ze daaraan gaven, moeten we voorzichtig blijven raden.
De echte grot is sinds 1963 gesloten voor publiek. De ademhaling van de bezoekers veranderde het klimaat in de grot, waardoor er schimmel ontstond op de eeuwenoude schilderingen.
Om de kunst toch te kunnen tonen, bouwden de Fransen vlakbij een perfecte kopie. Elke barst en elke kleur is nagebootst, zodat je de grot kunt beleven zonder het origineel te beschadigen.
Op één plek in de grot staat een zeldzame afbeelding van een mens, naast een gewonde stier en een vogel. Niemand weet wat deze scene betekent — misschien is het het oudste «stripverhaal» ter wereld.