De uitvinding waarmee de geschiedenis letterlijk begint — gedachten vastleggen die de dood overleven
| Wat | Tekens om taal en getallen blijvend vast te leggen |
| Wanneer | ca. 3300 v.Chr. |
| Waar | Soemerië (Mesopotamië), kort daarna ook Egypte |
| Domein(en) | Economisch, politiek, cultureel |
| Relevante hoofdstukken | H10 (De eerste steden en rijken) |
Het schrift werd ruim vijfduizend jaar geleden uitgevonden in Soemerië, in het zuiden van Mesopotamië — het land tussen de rivieren de Eufraat en de Tigris, in het huidige Irak. Het bijzondere is waaróm het ontstond: niet om mooie verhalen te vertellen, maar gewoon om boekhouding te doen. In de groeiende steden moesten tempels en bestuurders bijhouden hoeveel graan, vee en goederen er waren. Dat kun je niet allemaal onthouden, dus zochten ze een manier om het op te schrijven.
De Soemeriërs drukten tekens in zachte kleitabletten met een rietstengel met een puntig, wigvormig uiteinde. Daardoor kreeg elk teken kleine wigjes. We noemen dit schrift daarom spijkerschrift (in het Latijn cuneiform, «wigvormig»). De natte klei droogde hard in de zon, en zo werd de tekst blijvend bewaard. Door duizenden van die tabletten kennen we vandaag nog hun handel, hun wetten en zelfs hun verhalen.
De eerste tekens waren kleine tekeningetjes van het ding dat ze bedoelden: een kop voor «rund», een aar voor «graan». Zulke beeldtekens noemen we pictogrammen. Maar tekeningetjes hebben een groot nadeel: hoe teken je woorden als «denken» of een naam? Daarom gingen de tekens stilaan ook klanken voorstellen in plaats van dingen. Zo kon je met een beperkt aantal tekens bijna alles opschrijven. In Egypte ontstond rond dezelfde tijd een eigen schrift, de beroemde hiërogliefen.
Het schrift is voor historici een heel bijzonder scharnierpunt. De uitvinding ervan markeert namelijk de grens tussen de prehistorie en de geschiedenis. «Prehistorie» betekent letterlijk «vóór de geschiedenis»: de tijd waarvan geen geschreven bronnen bestaan. Vanaf het moment dat mensen gingen schrijven, lieten ze ons woorden na — en kunnen we hun gedachten, wetten en verhalen rechtstreeks lezen. Daarom begint «de geschiedenis» bij de uitvinding van het schrift.
Op economisch vlak maakte schrift de handel en het bestuur van grote steden mogelijk. Je kon afspraken, schulden en voorraden vastleggen, zodat iedereen zich eraan moest houden. Op politiek vlak werd het schrift een machtig instrument: koningen lieten hun wetten optekenen, zoals de beroemde wetten van Hammurabi, en hun veroveringen vereeuwigen. Wie de geschiedenis opschrijft, bepaalt mee hoe ze herinnerd wordt.
Maar misschien is de grootste verandering wel cultureel. Door het schrift kon kennis bewaard blijven, ook nadat de persoon die ze bezat allang gestorven was. Een idee, een verhaal of een ontdekking hoefde niet meer in het hoofd van één mens te blijven; het kon worden opgeschreven, gekopieerd en doorgegeven aan mensen die de schrijver nooit hebben gekend. Zo kon kennis zich opstapelen, generatie na generatie. Vrijwel alles wat wij vandaag weten, danken we aan die ketting van opgeschreven gedachten.
Je gebruikt de erfenis van die eerste schrijvers op dit moment: je leest. Alles wat je leest en schrijft — boeken, berichtjes op je telefoon, het bord boven de winkel, je toetsen op school — bouwt voort op die uitvinding van vijfduizend jaar geleden. We schrijven niet langer in natte klei, maar het idee is precies hetzelfde gebleven: taal vastleggen in tekens, zodat anderen ze later kunnen lezen.
Zelfs onze computers en telefoons draaien uiteindelijk op schrift. Achter elk filmpje en elk spel zit programmeercode, en die wordt geschreven en gelezen als tekst. En dankzij de bewaarde kleitabletten en hiërogliefen kunnen wetenschappers vandaag nog steeds lezen wat mensen duizenden jaren geleden dachten en deden. Geen enkele uitvinding heeft de mensheid zo goed in staat gesteld om kennis te bewaren en door te geven als het schrift.
Sommige kleitabletten uit Mesopotamië zijn klachtenbrieven. Op één beroemd tablet beklaagt een koopman zich over koper van slechte kwaliteit — het oudste bekende klachtenbericht ter wereld.
Leren schrijven was vroeger een vak apart. Een schrijver (een «schriftgeleerde») had veel aanzien en macht, want hij kon iets wat bijna niemand anders kon: lezen en schrijven.
De Egyptische hiërogliefen waren eeuwenlang onleesbaar, tot men de Rosetta-steen vond. Daarop stond dezelfde tekst in drie schriften, waardoor geleerden de hiërogliefen eindelijk konden ontcijferen.