Een handvol letters voor klanken — ook voor klinkers — maakte lezen en schrijven plots voor iedereen haalbaar
| Wat | Een schrift met een klein aantal letters, elk voor één klank |
| Wanneer | Foenicisch ca. 1050 v.Chr.; Grieks alfabet met klinkers ca. 800 v.Chr. |
| Waar | Foenië (kust van Libanon) en Griekenland |
| Domein(en) | Cultureel, economisch, sociaal |
| Relevante hoofdstukken | H13 (De Griekse wereld) |
De allereerste schriften, zoals het spijkerschrift en de hiërogliefen, gebruikten honderden verschillende tekens. Elk teken stond voor een woord of een lettergreep, en je moest er heel veel uit het hoofd leren. Daardoor konden eigenlijk alleen speciaal opgeleide schrijvers lezen en schrijven. Het alfabet is een geniaal eenvoudig idee: gebruik niet honderden tekens, maar slechts een handvol letters, waarbij elke letter staat voor één klank.
De eerste stap zetten de Foeniërs, een handelsvolk dat aan de kust van het huidige Libanon woonde. Zij bedachten rond 1050 voor Christus een schrift van ongeveer twintig tekens, één voor elke medeklinker. Als handelaars die over de hele Middellandse Zee voeren, hadden ze een snel en simpel schrift nodig voor hun boekhouding. Hun alfabet had alleen één nadeel: het schreef geen klinkers. Je moest dus zelf raden of er «b-k» nu «bak», «bek» of «boek» stond.
De Grieken namen rond 800 voor Christus het Foenicische alfabet over, maar voegden er iets briljants aan toe: ze maakten ook letters voor de klinkers a, e, i, o en u. Daarmee was het allereerste volledige alfabet geboren, waarin je elk woord precies kon opschrijven zoals het klonk. Het woord «alfabet» komt trouwens van de eerste twee Griekse letters: alfa en bèta.
Het alfabet veranderde vooral het culturele leven, en wel op een verrassende manier: het maakte lezen en schrijven toegankelijk. Waar je vroeger jaren moest oefenen om de honderden tekens van het spijkerschrift te leren, kon je nu met pakweg vierentwintig letters bijna alles opschrijven. Daardoor hoefde lezen niet langer het geheim van een kleine groep schrijvers te blijven. Veel meer mensen konden de kunst onder de knie krijgen.
Dat had grote gevolgen, denk maar in termen van oorzaak en gevolg. Doordat meer mensen konden lezen, konden ook meer mensen meedenken en meepraten. Historici leggen daarom een verband tussen het eenvoudige alfabet en de bloei van de Griekse cultuur: de filosofie, de wetenschap, het toneel en de eerste vormen van democratie, waarin burgers samen beslissingen namen en wetten lazen. Een samenleving waarin gewone burgers kunnen lezen, werkt nu eenmaal anders dan een waarin alleen priesters en koningen dat kunnen.
Ook economisch en sociaal werkte het alfabet door. Handelaars konden makkelijk afspraken en rekeningen noteren. En omdat het systeem zo simpel was, verspreidde het zich razendsnel rond de Middellandse Zee. De Romeinen namen het Griekse alfabet over en pasten het aan tot het Latijnse alfabet — precies de letters waarmee deze tekst is geschreven.
Je gebruikt het alfabet op dit moment. De zesentwintig letters waarmee het Nederlands wordt geschreven, zijn de rechtstreekse afstammelingen van het Latijnse alfabet, dat weer van het Griekse komt, dat weer van het Foenicische komt. Bijna alle talen in Europa en Amerika worden vandaag in dit alfabet geschreven. Zelfs het woord «alfabet» zelf draagt nog die twee oude Griekse letters in zich.
Het alfabet zit ook diep in je dagelijks leven verstopt. De volgorde van de letters bepaalt hoe namen in een lijst staan, hoe woorden in een woordenboek zijn gerangschikt en hoe bestanden op een computer worden gesorteerd. Sommige Griekse letters leven zelfs apart voort: de wiskunde gebruikt pi (π), en in het dagelijks leven spreken we van «het alfa en het omega» als we het begin en het einde bedoelen — naar de eerste en de laatste letter van het Griekse alfabet.
Het woord alfabet komt van de eerste twee Griekse letters: alfa en bèta. In het Nederlands zouden we dus eigenlijk «abet» moeten zeggen, naar de a en de b.
De grote vernieuwing van de Grieken waren de klinkers. De Foeniërs schreven alleen medeklinkers, waardoor je soms moest raden welk woord er stond. Met klinkers werd schrijven plots veel duidelijker.
De letters waarmee jij schrijft, heten het Latijnse alfabet. De Romeinen namen het van de Grieken over — en daarom lijken sommige van onze hoofdletters, zoals A, B en E, nog altijd sterk op Griekse letters.