De farao die zichzelf tot god uitriep en 90 jaar oud werd
| Leefde | ca. 1303–1213 v.Chr. (regeerjaren ca. 1279–1213 v.Chr.) |
| Periode | Nieuw Rijk, Egypte |
| Regio | Egypte (Pi-Ramesses, Abu Simbel, Karnak) |
| Bekend om | Slag bij Kades, vredesverdrag met Hettieten, monumentale bouw (Abu Simbel) |
| Relevante hoofdstukken | H11 (Het oude Egypte) |
Stel je een man voor die ruim 66 jaar lang over een heel land regeert. In onze tijd is dat bijna ondenkbaar — de meeste staatshoofden regeren hooguit tien of twintig jaar. Maar Ramses II deed het wel. Toen hij ca. 1279 v.Chr. de troon besteeg, was hij een jonge man vol ambitie. Toen hij ca. 1213 v.Chr. overleed, was hij ongeveer 90 jaar oud — en had hij zijn naam letterlijk in steen gebeiteld, over heel Egypte.
Ramses II was geen bescheiden man. Integendeel: hij was een meester in wat wij vandaag propaganda zouden noemen. Overal in zijn rijk liet hij reusachtige beelden van zichzelf oprichten. Tempels werden versierd met reliëfs waarop hij persoonlijk de vijand versloeg, door de goden werd gezegend, ja zelfs zelf werd afgebeeld als god. In Egypte was de farao sowieso een heilige figuur — maar Ramses ging verder dan de meeste anderen. Hij wilde niet alleen als god worden vereerd na zijn dood, zoals de meeste farao's, maar al tijdens zijn leven.
Een van de hoogtepunten van zijn lange regering was de Slag bij Kades in 1274 v.Chr. Ramses trok met zijn leger op naar de stad Kades, in het gebied van het huidige Syrië, om te strijden tegen de Hettieten — een machtig volk uit Klein-Azië. De veldslag liep niet helemaal zoals gepland: door een militaire list van de Hettitenkoning raakten Egyptische eenheden in de val. Ramses zelf ontkwam maar net aan gevangenneming. Toch presenteerde hij de slag achteraf als een glorieuze overwinning. Op de muren van zijn tempels liet hij zichzelf afbeelden als een eenzame held die duizenden vijanden verslaat. De werkelijkheid was genuanceerder — maar de propaganda was verbluffend effectief.
Wat wel zeker een overwinning was, is het vredesverdrag dat Ramses enkele jaren later, ca. 1259 v.Chr., sloot met de Hettitenkoning Hattusili III. Dit is het oudst bekende internationale vredesverdrag ter wereld. Het origineel werd opgesteld in het Akkadisch — de diplomatieke taal van die tijd — en is bewaard gebleven op kleitabletten. Een kopie van het verdrag hangt zelfs vandaag aan de muur van het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York. Wanneer je eraan denkt dat dit verdrag meer dan drieduizend jaar geleden werd gesloten, is dat toch bijzonder indrukwekkend.
Misschien het meest spectaculaire monument dat Ramses naliet, zijn de tempels van Abu Simbel, uitgehouwen in de rotswand langs de Nijl in het zuiden van Egypte. Aan de ingang staan vier kolossale beelden van Ramses zelf, elk twintig meter hoog — zo groot als een gebouw van zes verdiepingen. De tempels werden zo nauwkeurig georiënteerd dat twee keer per jaar, op de verjaardag van Ramses en op de dag van zijn troonsbestijging, de zon tot diep in het heiligdom doordringt en de beelden in het allerheiligste verlicht. Alleen het beeld van de god van de dood blijft in het donker — want over de dood had niemand, zelfs Ramses niet, controle.
Naast zijn militaire en bouwkundige ambities was Ramses ook een familieman — op grote schaal. Hij had meerdere vrouwen, maar zijn geliefde hoofdvrouw was Nefertari, voor wie hij een aparte tempel liet bouwen naast de zijne in Abu Simbel. Ramses zou meer dan tweehonderd kinderen hebben gehad bij zijn verschillende vrouwen. Veel van zijn zonen stierven vóór hem, simpelweg omdat hij zo lang leefde.
Er is nog een intrigerend detail dat jij misschien kent uit een ander verhaal. Sommige wetenschappers en schrijvers vermoeden dat Ramses II de farao was ten tijde van Mozes — de bijbelse figuur die het volk Israël zou hebben bevrijd uit de Egyptische slavernij. Of dat echt zo is, weten we niet zeker: er zijn geen Egyptische bronnen die dit bevestigen, en wetenschappers discussiëren er nog volop over. Maar de combinatie van zijn lange regering, zijn enorme macht en de tijdsperiode maakt hem de meest genoemde kandidaat. Het is een van die historische raadsels die de verbeelding blijven prikkelen.
Ramses II stierf ca. 1213 v.Chr., op ongeveer 90-jarige leeftijd. Zijn mummie werd teruggevonden in een schuilplaats nabij Luxor en bevindt zich vandaag in het Egyptisch Museum in Cairo. Wie goed kijkt, ziet aan zijn gezicht de trekken van een oude man die een lang en turbulent leven heeft geleid — iemand die de wereld naar zijn hand wilde zetten, en er verbluffend veel in slaagde.
De mummie van Ramses II kreeg in 1974 een Egyptisch paspoort — als "overledene" — zodat hij officieel naar Parijs kon reizen voor een restauratiebehandeling. Op de foto in het paspoort staat zijn mummie afgebeeld. Beroep: farao.
Toen artsen zijn mummie in 1976 in Parijs onderzochten, ontdekten ze dat Ramses II leed aan artritis, tandvleesontsteking en slagaderverkalking. De machtigste man van zijn tijd was gewoon een mens van vlees en bloed — met dezelfde kwalen als ieder ander oud persoon.
In de jaren 1960 dreigden de tempels van Abu Simbel te verdwijnen onder het stijgende water van het nieuwe Nassermeer. Een internationale reddingsoperatie verplaatste de volledige tempels steen voor steen naar een hoger gelegen plek. Het was een van de grootste erfgoedoperaties uit de twintigste eeuw.
Ramses II liet zichzelf overal afbeelden als een god en als overwinnaar — ook bij veldslagen die helemaal niet zo geweldig verliepen. Wat zegt dat over de manier waarop hij zijn macht wilde legitimeren? Kun je hedendaagse voorbeelden bedenken van leiders die iets soortgelijks doen?