De veroveraar die op zijn 32e het grootste rijk ooit had opgebouwd — en stierf voordat hij wist wat ermee te doen
Portret
Alexander de Grote
illustratie volgt
| Leefde | 356–323 v.Chr. |
| Periode | Laat-klassieke oudheid / hellenisme |
| Regio | Macedónië, Egypte, Perzisch Rijk, India |
| Bekend om | Verovering van het Perzisch Rijk, verspreiding van de Griekse cultuur, stichting van Alexandrië |
| Relevante hoofdstukken | H14 — Alexander de Grote en de hellenistische wereld |
Het begint allemaal in Pella, een stad in het noorden van Griekenland die de meeste mensen vandaag niet meer kunnen plaatsen op een kaart. Daar, in het jaar 356 voor Christus, wordt Alexander geboren als zoon van koning Filippus II van Macedónië. Zijn vader is geen gewone koning. Filippus heeft van Macedónië — lang beschouwd als een achtergebleven provincie aan de rand van de beschaafde Griekse wereld — een militaire grootmacht gemaakt. Hij hervormt het leger van de grond op: nieuwe formaties, langere speren, gecombineerde aanvallen van infanterie en cavalerie. Het Macedónische leger is, tegen de tijd dat Alexander opgroeit, het meest efficiënte gevechtsmachine in de wereld.
Maar Filippus wil voor zijn zoon meer dan een goede militaire opleiding. Hij haalt de beroemdste denker van zijn tijd naar het paleis: Aristoteles, leerling van Plato en één van de grootste filosofen die ooit geleefd hebben. Drie jaar lang geeft Aristoteles les aan de jonge Alexander: filosofie, literatuur, geneeskunde, wetenschappen. Hij annoteert een kopie van de Ilias — het grote Griekse heldenepos over de Trojaanse Oorlog — speciaal voor zijn leerling. Alexander zal dat boek zijn hele leven bij zich dragen.
Op zijn zestiende staat Alexander al aan het hoofd van een leger. Terwijl zijn vader op veldtocht is in het zuiden, breekt in het noorden een opstand uit. Alexander trekt er eigenhandig op af en bedwingt de rebellen. Het is zijn eerste militaire succes — en hij is nog maar een tiener. Wanneer Filippus in 336 v.Chr. wordt vermoord bij een banket in Pella, is Alexander twintig jaar oud. Hij bestijgt onmiddellijk de troon. Potentiële rivalen worden uitgeschakeld. Omliggende volken die bij de dood van Filippus hopen dat Macedónië zal verzwakken, leren snel anders. Alexander is geen kopie van zijn vader; hij is sneller, brutaler, en gedrevener door een bijna mythische drang naar roem.
In 334 v.Chr. steekt hij de Hellespont over, de nauwe zeestraat die Europa van Azië scheidt, en begint zijn verovering van het reusachtige Perzische Rijk. Wat volgt, is een veldtocht van dertien jaar die de wereld permanent verandert. In Klein-Azië verslaat hij het Perzische leger bij de Slag bij de Granikos (334 v.Chr.). Bij de stad Gordium staat een beroemde wagen waarvan de disselboom vastzit met een knoop die niemand ooit heeft weten los te maken: wie de knoop openlegt, zo luidt de profetie, zal heerser worden van Azië. Alexander hakt de knoop simpelweg door met zijn zwaard. Of hij dat werkelijk deed, of de knoop anders loste — de bronnen zijn het niet eens — maakt eigenlijk niet uit. Het verhaal van de Gordiaanse knoop zegt iets essentieels over hem: hij weigerde te aanvaarden dat iets onoplosbaar was.
In 332 v.Chr. trekt hij Egypte binnen. De Egyptenaren, die onder het Perzische juk gebukt gaan, ontvangen hem als een bevrijder. In de Nijldelta sticht hij een nieuwe stad: Alexandrië. Het zal zijn duurzaamste erfenis worden. Daarna trekt hij verder naar het oosten. In 330 v.Chr. valt de Perzische hoofdstad Persepolis, het hart van het grootste rijk dat de wereld tot dan toe had gekend, in zijn handen en gaat deels in vlammen op — een daad waarover historici nog altijd discussiëren: was het een weloverwogen strategische boodschap, of dronken rovershonger?
Naarmate zijn rijk groeit, verandert ook zijn beleid. Alexander beseft dat je een immens multietnisch rijk niet kunt besturen als een veroverd vijandgebied. Hij trouwt zelf met Roxana, een Bactrische prinses. Hij huwt zijn officieren uit aan Perzische vrouwen. Hij neemt Perzische edelen op in zijn bestuur en zijn leger. Hij draagt zelf soms Perzische kleding. Zijn Macedónische generaals zijn er niet blij mee — zij voelen zich het overwinnende volk, geen gelijken. Spanningen in zijn kamp nemen toe.
In 326 v.Chr. bereiken ze India. Na een bloedige slag bij de rivier de Hydaspes staat er niets meer tussen Alexander en de verdere verovering van het Indische subcontinent. Maar hier, voor het eerst in zijn leven, wordt hij gestopt. Niet door een vijand. Door zijn eigen soldaten. Uitgeput na acht jaar veldtocht, duizenden kilometers van huis, weigeren ze verder te trekken. Alexander is woedend, maar hij moet zich schikken.
In 323 v.Chr. verblijft hij in Babylon, plannen makend voor nieuwe campagnes — naar Arabië, misschien naar het westen. Dan valt hij ziek. Tien dagen later is hij dood. Hij is tweeendertig jaar oud. Wat hem precies doodde, weten we niet zeker. Een koorts, mogelijk tyfus? Overmatig drankgebruik? Vergif, toegediend door één van zijn vijanden? Wetenschappers debatteren er nog steeds over. Zijn leger valt uiteen. Zijn generaals verdelen het rijk onder elkaar. De wereld die hij had opgebouwd, houdt hij niet bijeen — maar de hellenistische beschaving die hij had ingezaaid, bloeit nog eeuwen na zijn dood.
De Griekse taal verspreidt zich als lingua franca over het gehele Midden-Oosten. De Alexandrijnse bibliotheek, gesticht na zijn dood in de stad die zijn naam draagt, wordt het grootste kenniscentrum van de antieke wereld. De wisselwerking tussen Griekse, Egyptische en Perzische cultuur — wat historici het hellenisme noemen — brengt nieuwe kunst, wetenschap en filosofie voort. Tot ver in de Middeleeuwen spreken geleerden van Egypte tot Mesopotamië Grieks als wetenschappelijke taal. Het zijn de zaden die een tweeendertigjarige slapende veroveraar in Babylon achterliet.
Geboren in Pella (Macedónië) als zoon van koning Filippus II.
Aristoteles wordt zijn priveleraar; drie jaar lang onderwijs in filosofie, literatuur en wetenschappen.
Vader Filippus vermoord; Alexander bestijgt de troon op twintigjarige leeftijd.
Steekt de Hellespont over en begint de verovering van het Perzische Rijk.
Verovert Egypte en sticht de stad Alexandrië aan de Nijldelta.
Slag bij Gaugamela: beslissende overwinning op de Perzische koning Darius III. Het Perzische Rijk valt definitief; kort daarna wordt Persepolis ingenomen en verwoest.
Overlijdt in Babylon aan koorts, tweeendertig jaar oud. Het grootste rijk dat één man ooit had opgebouwd, valt uiteen.
Alexander sliep altijd met twee dingen onder zijn kussen: een dolk en een gecorrigeerde kopie van de Ilias, die Aristoteles persoonlijk voor hem had geannoteerd.
Hij stichtte meer dan 20 steden met de naam “Alexandrië”. Alleen de Egyptische groeide uit tot een wereldstad — en bestaat nog steeds.
In India verloren zijn troepen hun bereidheid verder te trekken. Niet zijn vijanden, maar zijn eigen soldaten stopten Alexander de Grote.
In dit hoofdstuk kom je Alexander de Grote tegen in de context van de Macedonische hegemonie over Griekenland, zijn militaire veroveringen, en de hellenistische beschaving die hij nagelaten heeft. Je bestudeert ook de Diadochen — de generaals die na zijn dood zijn rijk onder elkaar verdeelden — en de verspreiding van de Griekse cultuur en taal doorheen het Midden-Oosten tot ver in de Middeleeuwen.