Mysterieuze aanvallers die rond 1200 v.Chr. hele rijken deden instorten — en van wie niemand zeker weet waar ze vandaan kwamen
| Het raadsel | Wie waren de “Zeevolken”, waar kwamen ze vandaan en waarom vielen ze aan? |
| Periode | Rond 1200 v.Chr. (de “ineenstorting van de Bronstijd”) |
| Plaats | Oostelijke Middellandse Zee: Egypte, het Hettietenrijk, de Levant |
| Status | Grotendeels onopgelost |
| Relevante hoofdstukken | H11 (Het oude Egypte), H12 (De Griekse wereld) |
Rond het jaar 1200 v.Chr. gebeurde er iets dramatisch in de oostelijke Middellandse Zee. Op korte tijd stortten verschillende machtige rijken in elkaar. Het grote Hettietenrijk verdween. Rijke handelssteden gingen in vlammen op. Zelfs het machtige Egypte kwam zwaar onder druk te staan. Historici noemen deze periode de ineenstorting van de Bronstijd: een soort domino-effect waarbij de ene beschaving na de andere viel.
In Egyptische teksten lezen we dat de farao zich moest verdedigen tegen aanvallers die over zee kwamen. De Egyptenaren noemden hen niet bij een duidelijke volksnaam, maar omschreven hen als “de volken van de zee” of “de volken van de eilanden”. Daarvan komt onze naam: de Zeevolken.
En daar begint het raadsel. Wie waren die Zeevolken precies? Waar kwamen ze vandaan? Waarom kwamen ze plots in beweging en vielen ze zoveel rijken tegelijk aan? Waren het één volk, of veel verschillende groepen door elkaar? Op geen van deze vragen heeft de geschiedenis een zeker antwoord.
Vroeger stelde men het simpel voor: een woeste horde indringers kwam met schepen aanvaren en vernietigde alles. Vandaag denken de meeste historici dat het ingewikkelder was — en dat de Zeevolken eerder een gevolg dan de enige oorzaak van de ramp waren.
Een combinatie van rampen. Rond 1200 v.Chr. lijken meerdere problemen samen te komen: langdurige droogte en misoogsten, aardbevingen, hongersnood en het wegvallen van de handel waarvan al die rijken afhankelijk waren. Mensen die honger leden of huis en haard verloren, gingen op zoek naar nieuw land. Zo kwamen hele groepen in beweging — en die golf van vluchtende, plunderende mensen kan precies datgene zijn wat de Egyptenaren de “Zeevolken” noemden.
Wie waren het? De Egyptische teksten noemen enkele namen van groepen, maar we kunnen die niet met zekerheid op een kaart plaatsen. Sommige onderzoekers vermoeden dat er mensen bij waren uit het gebied van de Egeïsche Zee, uit het westen van Klein-Azië of van eilanden in de Middellandse Zee. Maar het blijven voorzichtige vermoedens. Waarschijnlijk ging het niet om één volk, maar om een mengeling van verschillende groepen.
De rol van de bronnen. Bijna alles wat we over de Zeevolken weten, komt uit Egyptische bronnen — vooral uit teksten en afbeeldingen die farao Ramses III liet maken om zijn overwinning te vieren. Dat is meteen het probleem: zo'n bron is eenzijdig. De farao wilde zichzelf als grote held tonen en zal de zaken niet neutraal hebben weergegeven. De Zeevolken zelf lieten nauwelijks geschreven bronnen na; we horen hun kant van het verhaal niet. Daardoor kijken we als het ware door één venster naar een enorme gebeurtenis — en dat venster is bovendien gekleurd door propaganda.
Daarom blijft dit een van de grootste open raadsels van de oudheid: we zien de gevolgen heel duidelijk (ingestorte rijken, verbrande steden), maar de daders blijven schimmen, omdat de bronnen schaars en partijdig zijn.
Een van de groepen die de Egyptenaren noemen, de Peleset, wordt door veel onderzoekers in verband gebracht met de Filistijnen — het volk dat je later in Bijbelse verhalen tegenkomt, onder meer in het verhaal van David en Goliath.
Na de ineenstorting volgde in delen van Griekenland een soort “donkere eeuwen”: het schrift verdween er zelfs een tijdlang, waardoor we voor die periode bijna geen bronnen meer hebben.
De ineenstorting rond 1200 v.Chr. wordt soms vergeleken met een domino-effect: omdat al die rijken sterk van elkaar afhankelijk waren door handel, sleurde de val van het ene het andere mee.