Frans 1A  ·  Eerste graad  ·  Hoofdstuk 13

Écrire et parler

Schrijven en spreken in het Frans: van informele berichtjes tot formele e-mails en mondelinge opdrachten

Introduction …

Je smartphone piept. Een berichtje van een Franstalige vriend: « Salut ! T’as pas not’ devoirs de maths ? Bisous ». Je antwoordt in twee seconden. Maar morgen moet je een e-mail sturen naar een jeugdherberg in Parijs om een reservatie te bevestigen. Dat vraagt andere woorden, een andere toon, een andere structuur.

Frans gebruiken — schriftelijk én mondeling — betekent leren schakelen tussen registers: van de casual sms naar de beleefde formele brief, van het spontane gesprek naar de voorbereide spreekbeurt. In dit hoofdstuk leer je precies dat.

1

Les types de textes écrits

Op niveau A2 werk je met verschillende soorten geschreven teksten. Elk teksttype heeft zijn eigen doel, structuur, register en typische lengte. Hieronder vind je een overzicht.

📝
Begrip Register

Het register is de toon of het niveau van een tekst: formeel (officieel, beleefd, afstandelijk) of informeel (vertrouwelijk, casual, vriendschappelijk). De keuze van register hangt af van wie je schrijft en in welke situatie.

Un message / SMS

Een sms of berichtje gebruik je voor snelle, informele communicatie met vrienden of familieleden. De taal is heel losjes: afkortingen zijn gebruikelijk (slt = salut, biz = bisous, t'as = tu as). Lengte: 1–3 regels. Register: informeel.

Un e-mail (informel / formel)

Een e-mail kan informeel zijn (aan een vriend, penvriendin) of formeel (aan een hotel, school, organisatie). De structuur is steeds gelijkaardig: aanhef, inleiding, kern, afsluiting, groet. Lengte: 80–150 woorden. Register: afhankelijk van de ontvanger.

Un post sur les réseaux sociaux

Een post op sociale media is kort en direct. Je beschrijft een foto, deelt een mening of kondigt iets aan. Gebruik van hashtags en uitroepen is normaal. Lengte: 1–5 zinnen. Register: informeel tot semi-formeel.

Une carte postale

Een ansichtkaart stuur je vanuit een vakantiebestemming. De structuur is simpel: locatie beschrijven, wat je doet, afsluiting. Ruimte is beperkt, dus elke zin telt. Lengte: 50–80 woorden. Register: informeel.

Une invitation

Een uitnodiging bevat altijd: het evenement, de datum en het tijdstip, de locatie en een RSVP-verzoek. De toon kan informeel (feestje bij vrienden) of semi-formeel (schoolevenement) zijn. Lengte: 60–100 woorden.

Un petit article de blog

Een blogartikel heeft een titel, een inleiding die de lezer aantrekt, twee of drie alinea’s met inhoud en een afsluiting. Je schrijft in de eerste persoon en mag je mening geven. Lengte: 100–200 woorden. Register: informeel tot semi-formeel.

💡 Réfléchis

Denk aan de laatste keer dat je iets in het Frans hebt geschreven (of gelezen). Welk teksttype was het? Was het formeel of informeel? Welke aanwijzingen gaven dat aan?

2

L’e-mail informel

Een informele e-mail schrijf je aan iemand die je goed kent: een vriend, een penvriendin, een familielid. De taal is vriendelijk en direct. Je gebruikt tu en informele uitdrukkingen.

Hieronder zie je een modele-mail tussen twee tieners die een bezoek plannen. Let op de annotaties: ze tonen de vaste structuurelementen die je bij elke informele e-mail moet kennen.

Modeltekst — E-mail informel Objet : Ma visite — on se retrouve quand ? Van: Lucas Maes <lucas.maes@mail.be>  ·  Aan: Noémie Dupont <noemie.d@mail.fr>

Salut Noémie !

Comment tu vas ? Moi, ça va super bien, merci. J’espère que tu vas bien aussi.

Je t’écris parce que je vais venir à Lyon le week-end du 14 juin avec mes parents. On va rester trois jours. Je suis vraiment content(e) parce que ça fait longtemps qu’on ne s’est pas vus !

Est-ce que tu es libre le samedi après-midi ? On pourrait se retrouver en ville et visiter le Vieux-Lyon ensemble. Il y a aussi un super marché près de chez toi, non ? On pourrait y aller aussi.

Réponds-moi vite pour qu’on puisse tout organiser. Tu peux m’envoyer ton numéro de téléphone aussi, pour qu’on se contacte facilement quand j’arrive.

Bisous,

Lucas

  • Aanhef (informeel) : Salut Noémie ! — gebruik ook: Cher Julien / Chère Noémie,
  • Openingsformule : vragen hoe het gaat — Comment tu vas ? — en antwoorden over jezelf
  • Kern (corps) : reden van de e-mail verklaren, details geven, een vraag stellen
  • Afsluitingsformule : À bientôt / Bises / Bisous / Amitiés / Cordialement (iets formeler)
  • Handtekening : alleen voornaam bij informele e-mails
Bon à savoir

Bij informele e-mails gebruik je altijd tu (niet vous). Afkortingen zoals t’as (tu as) zijn acceptabel in berichten, maar schrijf in e-mails wel volledige woorden. Uitroeptekens en vragen maken de toon levendiger.

3

L’e-mail formel

Een formele e-mail schrijf je aan een onbekende, een instantie of een professional: een hotel, een school, een bedrijf. De taal is beleefd en afstandelijk. Je gebruikt vous en vaste beleefheidsformules.

Hieronder zie je een modele-mail waarin een tiener informatie vraagt aan een jeugdherberg in Parijs.

Modeltekst — E-mail formel Objet : Demande d’informations — séjour groupe juillet Van: Emma Claes <emma.claes@mail.be>  ·  Aan: auberge.paris.centre@aj.fr

Madame, Monsieur,

Je me permets de vous contacter afin d’obtenir des informations concernant votre établissement.

Je suis élève dans un lycée belge et notre classe souhaite organiser un voyage scolaire à Paris du 10 au 14 juillet prochain. Nous sommes un groupe de vingt-quatre élèves et deux accompagnateurs.

Pourriez-vous me faire parvenir vos tarifs pour des chambres en dortoir pour cette période ? De plus, auriez-vous la possibilité de nous proposer un petit-déjeuner inclus dans le prix ? Il nous serait également utile de savoir si votre auberge est bien desservie par les transports en commun.

Dans l’attente de votre réponse, je vous prie d’agréer, Madame, Monsieur, l’expression de mes salutations distinguées.

Emma Claes
Élève de 1ère année, Lycée Saint-Jean, Gand (Belgique)

  • Aanhef (formeel) : Madame, Monsieur, — als je de naam niet weet; Madame Dupont, als je hem wel weet
  • Openingsformule : Je me permets de vous contacter afin de… — of: Suite à votre annonce, je souhaite…
  • Beleefde vragen : gebruik de conditionnel: Pourriez-vous… / Auriez-vous… (zie sectie 4)
  • Afsluitingsformule (formeel) : Je vous prie d’agréer… l’expression de mes salutations distinguées.
  • Handtekening : volledige naam + functie/school
Bon à savoir

De formele afsluitingsformule lijkt lang en ingewikkeld, maar je hoeft hem gewoon uit het hoofd te leren. Een kortere variant mag ook: Dans l’attente de votre réponse, je vous adresse mes cordiales salutations.

4

Les formules de politesse

Of je nu een e-mail begint of afsluit: de keuze van de juiste formule toont aan of je het register beheerst. Hieronder vind je een overzicht van de belangrijkste aanhefformules en afsluitingen.

Grammatica & gebruik Aanhef- en afsluitingsformules: informeel vs. formeel
Situatie Aanhef Afsluiting
Informeel
(vriend, familie)
Salut Julien !
Coucou Marie !
Cher Théo,
Chère Camille,
Bisous / Bises
À bientôt !
Amitiés
Grosses bises
Semi-formeel
(leraar, coach)
Cher Monsieur,
Chère Madame,
Bonjour Madame Dupont,
Cordialement
Bien à vous
Avec mes remerciements
Formeel
(onbekende, instantie)
Madame, Monsieur,
Madame,
Monsieur le Directeur,
Je vous prie d’agréer… l’expression de mes salutations distinguées.
Veuillez agréer mes salutations distinguées.

Tu vs. vous: het verschil

Gebruik tu voor mensen die je kent (vrienden, klasgenoten, family). Gebruik vous voor onbekenden, ouderen, autoriteiten of in elke formele context. In twijfelgeval kies je vous : dat is nooit beledigend.

De conditionnel de politesse

Om een beleefde vraag of wens uit te drukken in een formele context, gebruik je de conditionnel présent. Dat is de vorm op -rais / -rait / -riez:

Je voudrais réserver une chambre.  —  Ik zou graag een kamer reserveren.
Pourriez-vous m’envoyer votre brochure ?  —  Zou u mij uw brochure kunnen sturen?
Auriez-vous des disponibilités en juillet ?  —  Zou u beschikbaarheid hebben in juli?

De conditionnel maakt een vraag beleefder dan de présent. Vergelijk: Vous pouvez répondre ? (neutraal) vs. Pourriez-vous répondre ? (beleefd verzoek).

5

La structure d’un texte

Een goed geschreven tekst heeft altijd een duidelijke structuur: een begin, een midden en een einde. In het Frans noemen we dat de introduction, het corps en de conclusion. Om de lezer door de tekst te leiden, gebruik je verbindingswoorden (mots de liaison).

Tekststructuur Introduction, corps, conclusion — en verbindingswoorden
Onderdeel Functie Nuttige zinnen
Introduction
(inleiding)
Onderwerp introduceren, lezer boeien, context geven Je t’écris pour…
Je voudrais te parler de…
J’ai une bonne nouvelle !
Corps
(midden)
Informatie geven, uitleggen, vragen stellen, argumenteren D’abord…
Ensuite…
De plus…
En effet…
Conclusion
(slot)
Afsluiten, samenvatten, actie vragen, groeten En conclusion…
J’espère avoir de tes nouvelles.
Dans l’attente de ta réponse…

Verbindingswoorden per functie

Functie Woorden Voorbeeld
Volgorde d’abord, ensuite, puis, enfin D’abord on mange, ensuite on danse.
Tegenstelling mais, cependant, par contre J’aime Paris, mais il fait chaud.
Oorzaak parce que, car, à cause de Je suis content car il fait beau.
Gevolg donc, alors, c’est pourquoi Il pleut, donc je reste à la maison.
Toevoeging en plus, également, aussi, de plus Il est sympa et en plus il est drôle.
Slechte versie: Je visite Paris. Je mange une crêpe. Je rentre.
Betere versie: D’abord je visite Paris. Ensuite je mange une crêpe. Finalement je rentre chez moi.

Verbindingswoorden maken je tekst vloeiender en tonen aan dat je bewust schrijft. Op het examen worden leerlingen beloond voor correct gebruik van mots de liaison.

6

S’exprimer à l’oral

Bij een mondelinge opdracht (spreekopdracht) presenteer je een kort monoloog van 1 à 2 minuten. Je spreekt zelf, zonder te lezen van een uitgewerkte tekst. De voorbereiding is cruciaal.

Hoe bereid je een monoloog voor?

Gebruik de structuur van sectie 5: inleiding — kern — besluit. Schrijf geen volledige tekst uit, maar maak een steekwoordenschema. Dat dwingt je om in het Frans te denken in plaats van te vertalen.

Stappenplan voor de spreekopdracht
  • Lees de opdracht goed: wat moet je zeggen? Welk onderwerp? Welke situatie?
  • Noteer 5–8 sleutelwoorden of -zinnen in het Frans.
  • Oefen hardop: spreek de woorden uit, zelfs als je alleen bent.
  • Begin sterk: gebruik een vraag of een uitroep om de aandacht te trekken.
  • Eindig netjes: gebruik Voilà / C’est tout / Pour conclure…

Spreektips

Spreek duidelijk en in een rustig tempo. Haasten leidt tot fouten. Een korte pauze is beter dan een lange hapering.

Gebruik vullwoorden (expressions de remplissage). Die houden je monoloog vloeiend als je even nadenkt:

Spreekstrategieën Vullwoorden en herstelstrategieën
Expressie Gebruik
Euh… / Hmm… Even nadenken — gebruik dit spaarzaam
Voyons… / Voyons voir… “Laat me eens denken…” — geeft je tijd
C’est-à-dire… “Dat wil zeggen…” — voor een verduidelijking
Comment dire… “Hoe moet ik het zeggen…” — als je een woord zoekt
En fait… “Eigenlijk…” — om een idee te nuanceren of te corrigeren
Donc… / Alors… Overgang naar het volgende punt
Fout: stoppen en zwijgen omdat je een woord niet weet.
Beter: « Je ne connais pas le mot exact, mais… c’est une sorte de… comment dire… une machine pour faire du café »

Vertaal niet woord voor woord. Als je “ik speel graag gitaar” wil zeggen: denk niet aan het Nederlandse woord voor woord, maar aan de Franse uitdrukking: J’aime jouer de la guitare.

🎤 Entraîne-toi

Bereid een monoloog van 1 minuut voor over jezelf: naam, leeftijd, hobby’s, familie. Gebruik het steekwoordenschema uit de tip hierboven. Oefen daarna met een timer.

7

L’interaction

Bij het gedeelte interactie van het mondeling examen voer je een gesprek: met je leraar of met een klasgenoot. Je moet actief luisteren, reageren op wat de ander zegt en het gesprek gaande houden.

Actief luisteren en reageren

Laat merken dat je luistert: knik, maak oogcontact, en reageer op wat gezegd wordt — niet alleen op de vraag die gesteld werd.

Interactiestrategieën Nuttige uitdrukkingen voor het gesprek
Situatie Uitdrukking Nl. betekenis
Herhaling vragen Pouvez-vous répéter, s’il vous plaît ? Kunt u dat herhalen?
Plus lentement, s’il vous plaît. Iets langzamer, alstublieft.
Je n’ai pas bien compris. Vous pouvez expliquer ? Ik heb het niet goed begrepen.
Akkoord gaan Oui, tout à fait ! / Absolument ! / Exactement ! Ja, helemaal ! / Absoluut !
Je suis d’accord avec toi / vous. Ik ben het met jou/u eens.
Niet akkoord Je ne suis pas d’accord. Ik ben het er niet mee eens.
Oui, mais… / C’est vrai, mais… Ja, maar… (genuanceerde tegenstand)
Twijfel / nuance Ça dépend… / Pas nécessairement… Dat hangt ervan af…
Je beurt nemen Et toi, qu’est-ce que tu penses ? En jij, wat denk jij?
Moi aussi / Moi non plus. Ik ook / Ik ook niet.
Gouden regel voor de interactie

Stel ook zelf vragen. Een leerling die alleen antwoordt is minder sterk dan een leerling die ook initiatief neemt en de ander bevraagt. Gebruik: « Et toi ? / Tu penses que… ? / Qu’est-ce que tu préfères ? »

8

Gesprek : Planifier une fête d’anniversaire

In het volgende gesprek plannen drie vrienden een verjaardagsfeest. Let op hoe ze de interactiestrategieën van sectie 7 toepassen: ze vragen om herhaling, gaan akkoord of niet, vragen naar de mening van de ander.

Gesprek — Interaction Planifier une fête d’anniversaire pour Sofia
Luca
Alors, l’anniversaire de Sofia c’est samedi. On fait quelque chose ?
Jade
Oui, bien sûr ! J’ai pensé à une petite fête chez moi. Mes parents sont d’accord. On pourrait inviter dix personnes maximum.
Noah
C’est une super idée ! Chez toi, c’est plus sympa qu’au restaurant. Et puis, c’est moins cher aussi.
Luca
Oui, tout à fait. Mais… euh… qu’est-ce qu’on mange ? On commande des pizzas ou on prépare quelque chose ?
Jade
Je ne suis pas d’accord pour les pizzas. Sofia est végétarienne, tu te souviens ? Il vaut mieux préparer nous-mêmes. On fait une salade, du pain, des légumes grillés…
Noah
Ça dépend… On peut aussi commander des pizzas végétariennes, non ? Plus simple pour tout le monde.
Luca
Hmm, c’est vrai. Et toi, Jade ? Tu préfères préparer toi-même ou commander ?
Jade
Bon, si on trouve une bonne pizzeria avec des options végétariennes, d’accord. Noah, tu peux chercher ça sur Internet ?
Noah
Bien sûr ! Je regarde ça ce soir. Et pour la décoration ? Des ballons ?
Luca
Oui, absolument ! Et un gâteau au chocolat, parce que c’est le préféré de Sofia. Je m’en occupe.
Jade
Parfait ! Donc, pour résumer : la fête chez moi samedi à 18h, pizza végétarienne à commander par Noah, gâteau par Luca, et décoration… on fait ça ensemble ?
Noah
Moi aussi je veux aider pour la déco ! J’ai des guîrlandes lumières chez moi.
Luca
Super ! Ça va être génial !

Let op: Jade gebruikt « Je ne suis pas d’accord » maar legt meteen uit waarom. Noah reageert genuanceerd met « Ça dépend… ». Luca geeft het woord terug aan Jade: « Et toi, tu préfères… ? ». Dit zijn alle interactiestrategieën in actie.

9

Les mots de liaison

Verbindingswoorden zijn de “lijm” van een goede tekst of een vloeiend gesprek. Hier vind je een volledig overzicht, gegroepeerd per functie.

Woordenschat Les mots de liaison — overzicht per functie
Chronologie / volgorde
d’abord (eerst) ensuite (daarna) puis (dan) après (na, daarna) enfin / finalement (ten slotte) en premier lieu (in de eerste plaats) pour commencer (om te beginnen) pour terminer (om te eindigen)
Opposition / tegenstelling
mais (maar) par contre (daarentegen) cependant (toch, echter) pourtant (toch, nochtans) au contraire (integendeel) néanmoins (desondanks)
Cause / oorzaak
parce que (omdat) car (want) à cause de (door, wegens) grâce à (dankzij) puisque (aangezien)
Conséquence / gevolg
donc (dus) alors (dan, dus) c’est pourquoi (daarom) par conséquent (bijgevolg) ainsi (zo, aldus)
Addition / toevoeging
et (en) aussi (ook) en plus (bovendien) de plus (bovendien, verder) également (eveneens) non seulement… mais aussi (niet alleen… maar ook)
Bon à savoir — parce que vs. car

Parce que en car betekenen allebei “omdat / want”, maar car staat nooit helemaal aan het begin van een zin en heeft een iets formeler toon. Parce que kan beginnen op een antwoord: « Pourquoi ? — Parce que c’est intéressant. »

10

Créer avec la langue

Schrijven is niet alleen e-mails en verslagen. Je kunt ook spelen met het Frans en er iets moois of grappigs mee maken. Bij deze creatieve opdrachten is foutloosheid niet het belangrijkste — het gaat om plezier, klank en verbeelding. Durf gewoon te proberen !

Créativité Vijf manieren om met taal te spelen
Vorm Wat is het?
Le calligramme (kalligram) Een gedicht waarvan de woorden de vorm tekenen van het onderwerp. Schrijf bv. het woord soleil (zon) in een rond zonnetje met stralen.
L’elfje (onzinet) Een klein gedicht van 11 woorden over 5 regels: 1 — 2 — 3 — 4 — 1 woord. Geen rijm nodig.
Le haïku (haiku) Een Japans natuurgedicht van 3 regels met 5, 7 en 5 lettergrepen. Kort en sfeervol.
L’acrostiche (acrostichon / naamgedicht) De eerste letter van elke regel vormt samen een woord, bv. je naam.
Le slogan / le spot radio (slagzin / radiospotje) Een korte, pakkende reclamezin voor een (verzonnen) product, eventueel met rijm.
Elfje over de zomer:
Soleil (1)
il brille (2)
sur la plage (3)
je suis très heureux (4)
vacances (1)
— Zon / hij schijnt / op het strand / ik ben heel gelukkig / vakantie.
Acrostichon op de naam LÉA:
L’amie qui rit toujours — De vriendin die altijd lacht
Énergique et gentille — Energiek en lief
Adore les chats — Is dol op katten
Slagzin voor een verzonnen frisdrank:
« Fraisou : la fraîcheur qui fait sourire ! » — “Fraisou: de frisheid die je laat glimlachen!”
🎨
Onthoud La correction n’est pas le but

Bij creatieve taalexpressie staat correctheid op de tweede plaats. Een spelfout of een rare zin is helemaal niet erg — het gaat om de klank, het beeld en het plezier in de taal. Maak je werk daarna gerust mooi met een tekening of door het op muziek te zetten.

🎨 À toi de créer

Maak een acrostichon op je eigen voornaam met Franse woorden die je al kent. Gebruik voor elke letter één woord of een kort zinnetje. Versier het daarna of lees het luidop voor met expressie.

11

Relire et corriger son texte

Een goede schrijver levert zijn tekst nooit in zonder hem na te lezen. Je eigen tekst nakijken (relire et corriger) is een echte schrijfstrategie: net als bij het mondeling, waar je om herhaling vraagt of trager spreekt, herstel je bij het schrijven je eigen fouten vóór je de tekst afgeeft.

Checklist — mijn tekst nakijken
  • Akkorden (les accords): klopt het werkwoord bij het onderwerp? En het bijvoeglijk naamwoord bij het zelfstandig naamwoord (mannelijk/vrouwelijk, enkelvoud/meervoud)?
  • Werkwoordsvormen: staat het werkwoord in de juiste tijd en de juiste persoon?
  • Lidwoorden: heb ik le, la, les, un, une, des, du… niet vergeten?
  • Kleine woordjes: klopt de spelling van a/à, et/est, son/sont ?
  • Leestekens en hoofdletters: begint elke zin met een hoofdletter en eindigt ze met een punt of vraagteken?
  • Hulpmiddelen: heb ik een twijfelwoord opgezocht in het woordenboek of de spellingcorrector laten meekijken?
Schrijfstrategie Relire — van eerste versie naar verbeterde versie
Eerste versie (met fouten):
je suis aller au cinema avec mes ami. le film etait tres bien.

Na het nakijken:
Je suis allé au cinéma avec mes amis. Le film était très bien.
(hoofdletters toegevoegd · allerallé · amiamis · accenten op cinéma, était, très)

Lees je tekst het best twee keer over: één keer voor de inhoud (begrijpt de lezer wat ik bedoel?) en één keer voor de vorm (akkorden, spelling, leestekens). Lees desnoods hardop — vaak hoor je een fout die je niet ziet.

📝 À corriger

Verbeter deze zin met behulp van de checklist: « ma soeur et moi a manger une grand pizza ». Welke vier dingen pas je aan? Leg telkens uit waarom.

Écrire, c’est apprendre à penser. Parler, c’est apprendre à vivre avec les autres.

Frans 1A  ·  H13 — Écrire et parler

Oefeningen

Oefening 1

Formeel of informeel ? Identificeer het register

Lees de volgende zinnen en zeg of ze formeel (F) of informeel (I) zijn. Verklaar telkens je antwoord in één zin.

  1. « Salut ! T’as fait les devoirs ? »
  2. « Madame, je me permets de vous contacter afin de… »
  3. « Cher Monsieur, veuillez trouver ci-joint ma demande. »
  4. « C’est trop cool, on se voit bientôt ? »
  5. « Je vous prie d’agréer mes salutations distinguées. »
  6. « Bisous, à plus ! »

Tip: let op het gebruik van tu of vous, de afkortingen en de beleefheidsformules.

Oefening 2

Vul de juiste formules in

Vul de lege plekken in met de juiste formule. Kies telkens de meest passende optie op basis van het register.

  1. Een e-mail aan een vriend begint met: ____________ (informeel)
  2. Een e-mail aan een hoteldirectie sluit af met: ____________ (formeel)
  3. Je wil beleefd vragen of iemand informatie kan sturen: ____________ me faire parvenir votre brochure ? (conditionnel)
  4. Je schrijft aan je nichtje: je sluit de e-mail af met: ____________
  5. Je kent de naam van de ontvanger niet: de aanhef is: ____________
  6. Je wil beleefd zeggen dat je graag een kamer wil: Je ____________ réserver une chambre pour deux nuits.

Gebruik de tabellen uit sectie 4 als hulp.

Oefening 3

Herorden de versnipperde e-mail

De onderdelen van deze e-mail staan in de verkeerde volgorde. Schrijf de juiste volgorde op (geef de nummers):

  1. Je vous prie d’agréer, Madame, Monsieur, l’expression de mes salutations distinguées.
  2. Madame, Monsieur,
  3. Pourriez-vous me confirmer les tarifs pour une chambre double du 3 au 7 août ?
  4. Je me permets de vous contacter au sujet d’une réservation éventuelle dans votre hôtel.
  5. Clément Rousseau

Juiste volgorde: ____ → ____ → ____ → ____ → ____

Denk aan de structuur: aanhef — openingsformule — kern — afsluiting — naam.

Oefening 4

Voeg verbindingswoorden toe

Herschrijf de tekst en voeg op de juiste plaatsen verbindingswoorden in (kies uit: d’abord, ensuite, parce que, mais, donc, en plus).

Ce week-end j’ai beaucoup aimé. [1] on est allés au marché. [2] on a visité un musée. Le musée était gratuit [3] c’était dimanche. [4] c’était intéressant, il y avait beaucoup de monde. On était fatigués, [5] on a pris un taxi pour rentrer. [6] j’ai mangé une glace délicieuse !

Soms zijn meerdere antwoorden mogelijk. Leg je keuze uit aan een klasgenoot.

Oefening 5

Bereid een korte monoloog voor

Kies één van de onderstaande onderwerpen en bereid een monoloog van 1 à 1,5 minuut voor. Gebruik een steekwoordenschema (max. 8 woorden) — geen volledige zinnen.

  • Mon week-end idéal
  • Mon animal de compagnie (vrai ou imaginaire)
  • Une fête que j’aime beaucoup — pourquoi ?

Gebruik in je monoloog: minstens twee verbindingswoorden, een vullwoord en een duidelijke inleiding en afsluiting.

Oefen hardop en laat een klasgenoot luisteren. Vraag daarna feedback: was het duidelijk? Hoe was het tempo?

Oefening 6

Begrip van een geschreven interactie

Lees het gesprek uit sectie 8 nog eens opnieuw. Beantwoord de volgende vragen in het Nederlands.

  1. Waar wil Jade de verjaardag vieren? Waarom vindt Noah dat een goed idee?
  2. Waarom is Jade niet akkoord met het idee van pizza’s? Welke informatie geeft ze daarvoor?
  3. Wie zoekt een geschikte pizzeria? Hoe weet je dat?
  4. Noem twee interactiestrategieën (uit sectie 7) die je terugvindt in het gesprek. Citeer de exacte zin.
  5. Hoe sluit Jade het gesprek af? Wat doet ze precies?

Let bij vraag 4 op uitdrukkingen zoals akkoord gaan, niet akkoord gaan, nuanceren of om verduidelijking vragen.

Samenvatting