Kleding, winkelen, bijvoeglijke naamwoorden en vergelijkingen
Samedi matin. Je winkelstraat bruist van leven. In de etalage van een kledingzaak hangt een rode jurk — la plus belle robe de la saison, zegt het bord ernaast. Maar is ze mooier dan de blauwe? En is ze te duur? Je gaat naar binnen, en de verkoopster zegt: « Bonjour, je peux vous aider ?»
In dit hoofdstuk leer je praten over kleding, kleuren en stoffen. Je leert bijvoeglijke naamwoorden vervoegen en vergelijkingen maken. Aan het einde kun je een outfit beschrijven én een gesprek voeren in een Franstalige kledingzaak.
Hieronder vind je de meest gebruikte kledingstukken in het Frans. Let goed op het lidwoord: un/une (onbepaald) of des (meervoud). Dat lidwoord vertelt je meteen het geslacht van het woord.
Let op: des chaussures, des baskets, des chaussettes en des gants worden altijd in het meervoud gebruikt, net als in het Nederlands.
Kijk naar je eigen kleding van vandaag. Kun je elk kledingstuk al benoemen in het Frans? Probeer een volledige zin te maken: Je porte un jean et un pull bleu.
Om een outfit te beschrijven heb je kleuren en stoffen nodig. Kleuren zijn bijvoeglijke naamwoorden en passen zich meestal aan aan het zelfstandig naamwoord (meer hierover in sectie 3). Stoffen gebruik je met de voorzetsel en.
Onveranderlijke kleuren: marron en orange veranderen nooit van vorm, ook niet in het vrouwelijk of meervoud: des chaussures orange, une veste marron. Ook kleuren die afgeleid zijn van zelfstandige naamwoorden (zoals rose, beige) zijn in de praktijk onveranderlijk.
Gebruik en + stof om materiaal aan te geven: un pull en laine (een wollen trui), des chaussures en cuir (lederen schoenen).
Bijvoeglijke naamwoorden in het Frans passen hun vorm aan aan het zelfstandig naamwoord waarmee ze verbonden zijn. Er zijn twee dingen om op te letten: het geslacht (mannelijk of vrouwelijk) en het getal (enkelvoud of meervoud). Bovendien staat een bijvoeglijk naamwoord in het Frans meestal na het zelfstandig naamwoord.
Basisregel: voeg -e toe voor vrouwelijk, -s voor meervoud, -es voor vrouwelijk meervoud.
| Geslacht / getal | Mannelijk | Vrouwelijk |
|---|---|---|
| Enkelvoud | un jean bleu | une jupe bleue |
| Meervoud | des jeans bleus | des jupes bleues |
Onregelmatige vormen — let op deze vormen, ze komen vaak voor bij kleding:
| Basisvorm (m. enkv.) | Vrouwelijk enkv. | M. meervoud | V. meervoud |
|---|---|---|---|
| beau | belle | beaux | belles |
| nouveau | nouvelle | nouveaux | nouvelles |
| vieux | vieille | vieux | vieilles |
| blanc | blanche | blancs | blanches |
| violet | violette | violets | violettes |
Positie van het bijvoeglijk naamwoord: de meeste bijvoeglijke naamwoorden staan na het zelfstandig naamwoord. Er zijn echter een aantal veelgebruikte bijvoeglijke naamwoorden die vóór het zelfstandig naamwoord staan. Deze groep heet de BAGS-adjectieven:
B eauty • A ge • G oodness • S ize
| Categorie | Voorbeelden |
|---|---|
| Beauty (schoonheid) | beau/belle, joli/jolie, laid/laide |
| Age (leeftijd) | vieux/vieille, nouveau/nouvelle, ancien/ancienne, jeune |
| Goodness (kwaliteit) | bon/bonne, mauvais/mauvaise, meilleur/meilleure |
| Size (grootte) | grand/grande, petit/petite, gros/grosse, long/longue |
Voorbeelden met kleding:
une belle robe (een mooie jurk — vóór het zelfstandig naamwoord)
un t-shirt rouge (een rood t-shirt — na het zelfstandig naamwoord)
un vieux manteau gris (een oude grijze jas — vieux ervoor, gris erna)
Vertaal: « een nieuw wit hemd » en « mooie zwarte schoenen ». Welke bijvoeglijke naamwoorden staan vóór, welke erna? Controleer met de BAGS-lijst.
Met de vergrotende trap (le comparatif) vergelijk je twee zaken met elkaar. In het Frans gebruik je drie vaste constructies, afhankelijk van of je meer, minder of even veel wilt uitdrukken.
| Type vergelijking | Constructie | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Meer dan | plus + adj + que | Cette robe est plus chère que le jean. |
| Minder dan | moins + adj + que | Le t-shirt est moins cher que la veste. |
| Even … als | aussi + adj + que | Ce pull est aussi chaud que le manteau. |
Het bijvoeglijk naamwoord in de vergelijking past zich gewoon aan aan het onderwerp van de zin:
Cette jupe est plus longue que la robe. (longue: vrouwelijk)
Ces chaussures sont moins chères que les baskets. (chères: vrouwelijk meervoud)
Onregelmatige vormen:
| Bijvoeglijk naamwoord | Vergelijkende trap |
|---|---|
| bon / bonne (goed) | meilleur / meilleure (beter) — niet plus bon |
| mauvais / mauvaise (slecht) | pire (slechter) of plus mauvais |
Meer voorbeelden met kleding en winkelen:
Ce blouson est meilleur que l’ancien modèle. (Dit jack is beter dan het oude model.)
La qualité de cette chemise est pire que celle du magasin d’en face. (De kwaliteit is slechter.)
Ce pull en laine est plus chaud que le pull en synthétique.
De overtreffende trap (le superlatif) gebruik je om te zeggen dat iets het meest of het minst is van een groep. Je voegt het bepaald lidwoord le / la / les toe vóór de vergelijkende constructie.
| Type | Constructie | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Het meest … | le / la / les plus + adj | C’est la robe la plus chère. |
| Het minst … | le / la / les moins + adj | C’est le t-shirt le moins cher. |
Positie van de superlatief: als het bijvoeglijk naamwoord normaal na het zelfstandig naamwoord staat, staat de superlatief óók erna (met herhaling van het lidwoord):
le/la/les + zelfstandig naamwoord + le/la/les + plus/moins + adj
la robe la plus chère (de duurste jurk)
le t-shirt le moins cher (het goedkoopste t-shirt)
les chaussures les plus confortables (de comfortabelste schoenen)
Als het bijvoeglijk naamwoord vóór het zelfstandig naamwoord staat (BAGS), staat de superlatief er ook vóór:
la plus belle robe (de mooiste jurk)
le plus grand magasin (de grootste winkel)
Onregelmatige superlatieven:
bon → le meilleur / la meilleure (de beste)
mauvais → le pire / la pire (de slechtste)
Als je in een Franstalige kledingzaak staat, heb je de juiste zinnen nodig om een gesprek te voeren: vragen naar je maat, een andere kleur, de prijs — en hoe je beleefd aangeeft dat je het artikel toch niet neemt.
In winkels gebruik je vous (beleefdheidsvorm) om de verkoopster of verkoper aan te spreken. Gebruik tu alleen als je iemand goed kent.
In Frankrijk en België zijn de soldes (solden) een vast onderdeel van het shoppingjaar. Ze beginnen twee keer per jaar op een vaste datum: les soldes de janvier (januari) en les soldes de juillet (juli). In Frankrijk duurt elke periode officieel vier weken en wordt de datum wettelijk vastgelegd door de overheid. Winkels mogen dan echt de prijs verlagen — niet alleen een nep-promotie aanbieden. Voor de Belgische consument vallen de solden in dezelfde periode, maar de regelgeving verschilt licht.
Tijdens de solden zoeken shoppers naar de meilleures affaires (beste koopjes). Het eerste weekend is altijd het drukste: mensen staan soms uren in de rij voor de deuren van grote winkels zoals H&M of Zara.
Lees de tekst hieronder aandachtig. Beantwoord daarna de begripsvragen.
La Belgique est un petit pays, mais dans le monde de la mode, elle occupe une place importante. Depuis les années 1980, des créateurs belges ont révolutionné la mode internationale. Le groupe le plus célèbre est celui des « Six d’Anvers » (de Antwerpse Zes): six étudiants de l’Académie royale des Beaux-Arts d’Anvers, qui ont présenté leurs collections à Londres en 1987. Parmi eux se trouvait Dries Van Noten, aujourd’hui l’un des créateurs les plus influents du monde.
La ville d’Anvers est toujours considérée comme la capitale belge de la mode. On y trouve de nombreuses boutiques de créateurs, comme le magasin Het Modepaleis de Dries Van Noten. Chaque année, la ville organise la Dmode Week, une semaine dédiée à la mode, avec des expositions, des défilés et des ateliers ouverts au public.
Mais la mode, ce n’est pas seulement pour les créateurs professionnels. Dans les écoles belges, il y a un débat intéressant sur l’uniforme scolaire. Certains élèves pensent qu’un uniforme est la meilleure solution: tout le monde est égal, et on ne doit pas choisir chaque matin ce qu’on porte. D’autres trouvent que les vêtements sont une forme d’expression personnelle — une façon de montrer qui on est. Pour eux, porter un uniforme, c’est la pire idée possible.
Qu’en pensez-vous ?
Oefening 1
Verbuiging van bijvoeglijke naamwoorden bij kleding
Schrijf de volledige zin opnieuw en zet het bijvoeglijk naamwoord tussen haakjes in de juiste vorm.
Tip: controleer voor elk bijvoeglijk naamwoord: is het een BAGS-adjectief? Staat het voor of na het zelfstandig naamwoord?
Oefening 2
Comparatif — zinnen maken
Maak een vergelijkende zin met de gegeven elementen. Gebruik plus … que, moins … que of aussi … que.
Vergeet niet dat het bijvoeglijk naamwoord in de comparatif moet overeenstemmen met het onderwerp van de zin.
Oefening 3
Winkeldialoog aanvullen
Vul het gesprek aan met de juiste zin uit het kader. Niet alle zinnen worden gebruikt.
Kader: Je fais du S. / C’est trop grand. / Vous avez ça en rouge ? / Je le prends. / La caisse, c’est où ? / Ça me va bien. / Je vais réfléchir. / C’est combien ?
Oefening 4
Een outfit beschrijven
Kijk naar de omschrijving hieronder en schrijf in het Frans een beschrijving van de outfit. Gebruik minimaal vier bijvoeglijke naamwoorden in de correcte vorm.
Begin zo: Il porte une nouvelle chemise blanche…
Tip: gebruik et of avec om de kledingstukken aan elkaar te koppelen.
Oefening 5
Begripstoets op de leestekst
Beantwoord de begripsvragen bij de tekst La mode belge (sectie 8) in volledige zinnen. Schrijf voor vraag 5 je mening in het Frans.
Oefening 6
Schrijftaak : Mon style
Schrijf een kort tekst van 8 tot 10 zinnen in het Frans over jouw kledingstijl. Gebruik de onderstaande structuur als leidraad.
Woordenschat nodig? Gebruik de woordenschatkaders in dit hoofdstuk. Controleer de verbuiging van elk bijvoeglijk naamwoord.