Schrijven (8%) en schriftelijke interactie (8%) zijn samen goed voor 16% van het examen. De focus ligt op heldere communicatie, correcte structuur en een passend register. Het gaat er niet om dat je perfecte Engelse zinnen schrijft, maar dat jouw boodschap duidelijk overkomt.
Elke goede tekst heeft drie herkenbare delen:
Introduce the topic and your purpose. Capture the reader’s attention. Often 1 paragraph.
Develop your message with details, arguments, examples. Usually 2–3 paragraphs.
Summary, final opinion, call to action. Often 1 paragraph.
Gebruik gevarieerde verbindingswoorden om je tekst coherent en levendig te maken.
Adding information
Contrasting
Cause & effect
Sequence
Example
Summarising
Er zijn verschillende soorten teksten die je in het Engels moet kunnen schrijven. Elk type heeft zijn eigen structuur, register en kenmerken.
Subject: Holiday plans! Hi Emma, How are you? I’m writing to tell you about our holiday plans. This summer, my family and I are going to visit Barcelona. We’re travelling by train on 15 July. We’ll stay for a week in a small apartment near the beach. I’m really excited because I’ve always wanted to see the Sagrada Família! Would you like to come with us? Write back soon! Tom
Format checklist informele e-mail:
Greeting: Dear Sir/Madam, / Dear Mr./Ms. [achternaam],
Opening: I am writing to enquire about… / I am writing with regard to…
Body: Duidelijke, formele paragrafen. Geen afkortingen, geen informeel taalgebruik.
Closing: I look forward to hearing from you. / Thank you for your time.
Sign-off: Yours faithfully (als je ‘Dear Sir/Madam’ gebruikt) / Yours sincerely (als je de naam kent)
Een blogpost of reisverslag vertel je in een persoonlijke, levendige stijl. Je gebruikt de chronologische volgorde (eerst → dan → daarna → ten slotte). Denk terug aan H8–H9 waar je reizen en vrije tijd besprak — die woordenschat is perfect voor dit schrijftype.
Titel: Pakkende, beschrijvende titel
Intro: Waar, wanneer, met wie? Maak de lezer nieuwsgierig.
Evenementen: Beschrijf in volgorde wat er gebeurde. Gebruik connecting words voor sequence.
Conclusie: Hoe was het? Wat was het hoogtepunt? Zou je het aanraden?
Een opinieparagraaf geeft duidelijk jouw mening met onderbouwing. Dit sluit aan bij de discussievaardigheden uit H10.
Topic sentence: Jouw mening duidelijk verwoord (I think that… / In my opinion…)
Argument 1: Eerste reden + voorbeeld (First of all… because…)
Argument 2: Tweede reden (Furthermore… / In addition…)
Tegenargument (optioneel): (However, some people think… but I believe…)
Conclusie: Herhaal je standpunt (In conclusion… / To sum up…)
Het examen beoordeelt je schrijftekst op zeven criteria (vakfiche p.8). Hier is een overzicht van wat er van je verwacht wordt:
Voor de spreekopdracht neem je thuis een monoloog op en dien je die in vóór het examen. Je krijgt daarvoor een schrijfkader, sleutelwoorden of een model als houvast. Het gaat erom dat je je gedachten gestructureerd en begrijpelijk in het Engels kunt brengen.
Wat maakt een goede monoloog?
To start
To give opinion
To give an example
To contrast
To conclude
Het mondeling gesprek duurt 10 minuten met de examinator. Je krijgt 15 minuten voorbereidingstijd voor 2 taken. Het gaat erom dat je een gesprek kunt beginnen, gaande houden en op een nette manier afsluiten.
Starting a conversation
Asking for clarification
Keeping it going
Buying time
Ending politely
If you’re stuck
Net zoals bij schrijven beoordeelt het examen jouw mondelinge prestatie op meerdere criteria. Hier is een volledig overzicht:
Engels is niet alleen om te leren — je kunt er ook heerlijk mee spelen! Met een paar woordjes maak je al een gedichtje, een grappige meme of een pakkende slogan. Het hoeft niet foutloos te zijn: het plezier en je eigen idee staan voorop.
Een haiku is een klein gedicht van drie regels, met 5, 7 en weer 5 lettergrepen. Het gaat vaak over de natuur of een klein moment.
Schrijf je naam verticaal onder elkaar. Bij elke letter bedenk je een Engels woord of zinnetje dat bij jou past.
Een elfje is een gedichtje van precies elf woorden over vijf regels: 1 woord, dan 2, dan 3, dan 4, en tot slot weer 1 woord.
Bij een kalligram schrijf je de woorden in de vorm van waar het over gaat. Een gedichtje over een kat schrijf je in de vorm van een kat; woorden over regen laat je naar beneden “druppelen” over het blad.
Een korte, grappige of pakkende zin blijft hangen. Bedenk een Engelse slogan voor je lievelingseten of maak een meme met een plaatje en een kort onderschrift.
Een gesprek is pas leuk als je echt naar elkaar moet luisteren. Daarom werk je het best met een informatiekloof: ieder krijgt een kaartje met informatie die de ander niet heeft. Zo moet je echt vragen en antwoorden — en niet gewoon een dialoog opdreunen.
Voor de meeste gesprekjes heb je maar een handvol vaste zinnetjes nodig. Leer deze uit het hoofd, dan kun je bijna elk gesprek aan.
| Wat je doet | Engels | Nederlands |
|---|---|---|
| begroeten | Hi! / Good morning! How are you? | Hallo! / Goedemorgen! Hoe gaat het? |
| bedanken | Thank you so much! / Thanks! | Heel erg bedankt! / Dankjewel! |
| een voorstel doen | Shall we go to the park? | Zullen we naar het park gaan? |
| een voorstel aannemen | Yes, good idea! / Sure! | Ja, goed idee! / Tuurlijk! |
| een voorstel weigeren | Sorry, I can't today. Maybe tomorrow? | Sorry, vandaag lukt het niet. Misschien morgen? |
| iets bestellen | Can I have a lemonade, please? | Mag ik een limonade, alstublieft? |
| uitnodigen | Would you like to come to my party? | Wil je naar mijn feestje komen? |
| je verontschuldigen | I'm so sorry! / My apologies. | Het spijt me echt! / Mijn excuses. |
Speel samen een situatie na. Kies een plek, geef ieder een kaartje met een rol en een doel, en speel het gesprek. Probeer het daarna nog eens, maar dan vlotter.
In het Engels let men sterk op beleefdheid. Een klein woordje als please (alstublieft) of could maakt een groot verschil. Met dezelfde vraag kun je heel bot of heel vriendelijk klinken — en dat hoor je meteen.
Vergelijk deze twee zinnen. Ze betekenen bijna hetzelfde, maar de ene klinkt als een bevel, de andere als een vriendelijke vraag.
| Bot | Beleefd |
|---|---|
| I want a sandwich. | I'd like a sandwich, please. |
| Open the window. | Could you open the window, please? |
| Where is the toilet? | Excuse me, where is the toilet, please? |
| Help me. | Can you help me, please? |
Tegen een vriend praat je losjes; tegen iemand die je niet kent of die ouder is, ben je wat beleefder. Dat heet het juiste register kiezen.
Beleefd zijn is meer dan de juiste woorden. Let ook op het juiste moment om iets te zeggen (val mensen niet in de rede), op je stemvolume (niet roepen, maar ook niet fluisteren) en toon dat je luistert door iemand aan te kijken en te knikken.
Oefening 1
E-mail schrijven
Schrijf een informele e-mail aan een Engelse penvriend(in) (80–100 woorden). Vertel over je school, hobby’s en toekomstplannen.
Oefening 2
Verbindingswoorden oefening
Herschrijf dit stuk tekst met betere connecting words:
Gebruik woorden uit de lijst: also, because, however, therefore, in addition, in conclusion.
Oefening 3
Opinieparagraaf
Schrijf een paragraaf (60–80 woorden) over: “Should students have homework?”
Oefening 4
Spreekkaartje
Schrijf een mindmap voor een 2-minuten monoloog over “My ideal future job”.
Oefening 5
Gespreksoefening
Voer een gesprek van 3–4 minuten met een klasgenoot over een van deze onderwerpen:
Gebruik minstens 3 conversation strategies (bijv. om herhaling vragen, het gesprek gaande houden, time-buying expressions).