Eenheid 12  ·  Schrijven, Spreken & Interactie

Writing, Speaking and Interaction

1

Schrijfvaardigheid: Tekststructuur

Schrijven (8%) en schriftelijke interactie (8%) zijn samen goed voor 16% van het examen. De focus ligt op heldere communicatie, correcte structuur en een passend register. Het gaat er niet om dat je perfecte Engelse zinnen schrijft, maar dat jouw boodschap duidelijk overkomt.

Elke goede tekst heeft drie herkenbare delen:

Tekststructuur Inleiding (Introduction)

Introduce the topic and your purpose. Capture the reader’s attention. Often 1 paragraph.

Tekststructuur Midden (Body)

Develop your message with details, arguments, examples. Usually 2–3 paragraphs.

Tekststructuur Slot (Conclusion)

Summary, final opinion, call to action. Often 1 paragraph.

Connecting Words for Writing

Gebruik gevarieerde verbindingswoorden om je tekst coherent en levendig te maken.

Adding information

anden
alsoook
in additionbovendien
furthermoreverder
moreoverdaarnaast

Contrasting

butmaar
howeverechter
on the other handaan de andere kant
althoughhoewel
even thoughook al
despiteondanks

Cause & effect

becauseomdat
sodus
thereforedaarom
as a resultals gevolg
that is whydat is waarom

Sequence

firsteerst
thendan
nextvervolgens
after thatdaarna
finallyten slotte
in the enduiteindelijk

Example

for examplebijvoorbeeld
for instancebij wijze van voorbeeld
such aszoals

Summarising

in conclusionter conclusie
to sum upom samen te vatten
in shortkortom
overallover het algemeen
Vermijd ‘and then… and then… and then…’ — gebruik gevarieerde verbindingswoorden om je tekst levendiger te maken.
2

Schrijftypes

Er zijn verschillende soorten teksten die je in het Engels moet kunnen schrijven. Elk type heeft zijn eigen structuur, register en kenmerken.

1. Informele e-mail / brief

Voorbeeld — Informele e-mail
Subject: Holiday plans!

Hi Emma,

How are you? I’m writing to tell you about our holiday plans.

This summer, my family and I are going to visit Barcelona. We’re travelling by train on 15 July. We’ll stay for a week in a small apartment near the beach.

I’m really excited because I’ve always wanted to see the Sagrada Família! Would you like to come with us?

Write back soon!
Tom

Format checklist informele e-mail:

2. Formele e-mail

Structuur — Formele e-mail

Greeting: Dear Sir/Madam,  /  Dear Mr./Ms. [achternaam],

Opening: I am writing to enquire about…  /  I am writing with regard to…

Body: Duidelijke, formele paragrafen. Geen afkortingen, geen informeel taalgebruik.

Closing: I look forward to hearing from you.  /  Thank you for your time.

Sign-off: Yours faithfully (als je ‘Dear Sir/Madam’ gebruikt)  /  Yours sincerely (als je de naam kent)

3. Blogpost / reisverslag

Een blogpost of reisverslag vertel je in een persoonlijke, levendige stijl. Je gebruikt de chronologische volgorde (eerst → dan → daarna → ten slotte). Denk terug aan H8–H9 waar je reizen en vrije tijd besprak — die woordenschat is perfect voor dit schrijftype.

Structuur — Blogpost / reisverslag

Titel: Pakkende, beschrijvende titel

Intro: Waar, wanneer, met wie? Maak de lezer nieuwsgierig.

Evenementen: Beschrijf in volgorde wat er gebeurde. Gebruik connecting words voor sequence.

Conclusie: Hoe was het? Wat was het hoogtepunt? Zou je het aanraden?

4. Opinieparagraaf

Een opinieparagraaf geeft duidelijk jouw mening met onderbouwing. Dit sluit aan bij de discussievaardigheden uit H10.

Structuur — Opinieparagraaf

Topic sentence: Jouw mening duidelijk verwoord (I think that… / In my opinion…)

Argument 1: Eerste reden + voorbeeld (First of all… because…)

Argument 2: Tweede reden (Furthermore… / In addition…)

Tegenargument (optioneel): (However, some people think… but I believe…)

Conclusie: Herhaal je standpunt (In conclusion… / To sum up…)

3

Vereisten voor schrijven

Het examen beoordeelt je schrijftekst op zeven criteria (vakfiche p.8). Hier is een overzicht van wat er van je verwacht wordt:

Waaraan moet je tekst voldoen?

Taakvoltooiing het doel wordt bereikt; je boodschap komt over; de inhoud is helder en ter zake
Woordenschat frequente woorden, woordcombinaties en vaste uitdrukkingen correct gebruiken
Grammatica en zinsbouw eenvoudige correcte zinnen; fouten verstoren de communicatie niet
Tekststructuur en samenhang inleiding, midden, slot; signaalwoorden; duidelijk herkenbare structuur
Register en beleefdheidsconventies neutraal of informeel register; gepaste beleefdheidsconventies
Tekstopbouw en lay-out duidelijk herkenbare opbouw; gepaste lay-out
Spelling en leestekengebruik redelijk correct met behulp van spellingcontrole
Fouten zijn oké zolang je boodschap duidelijk overkomt. Het examen beoordeelt communicatieve successen, niet perfecte grammatica.
4

Spreekvaardigheid

Spreekopdracht (thuis)

Voor de spreekopdracht neem je thuis een monoloog op en dien je die in vóór het examen. Je krijgt daarvoor een schrijfkader, sleutelwoorden of een model als houvast. Het gaat erom dat je je gedachten gestructureerd en begrijpelijk in het Engels kunt brengen.

Wat maakt een goede monoloog?

  1. Duidelijke structuur (inleiding, midden, slot)
  2. Heldere uitspraak (niet snel, niet te traag)
  3. Gevarieerde taal (niet steeds dezelfde zinnen)
  4. Mening geven met argumenten
  5. Correcte uitspraak van sleutelwoorden

Useful phrases for speaking

To start

I’m going to talk about…
Today I want to tell you about…
Let me introduce my topic…

To give opinion

I think that…
In my opinion…
I strongly believe that…

To give an example

For example…
For instance…
Such as…

To contrast

However…
On the other hand…
Although…

To conclude

In conclusion…
To sum up…
Finally, I would like to say…

Mondelinge interactie (gesprek)

Het mondeling gesprek duurt 10 minuten met de examinator. Je krijgt 15 minuten voorbereidingstijd voor 2 taken. Het gaat erom dat je een gesprek kunt beginnen, gaande houden en op een nette manier afsluiten.

Conversation strategies

Starting a conversation

Shall we start?
Could I ask you something?
Let’s begin!

Asking for clarification

Could you repeat that please?
Sorry, I didn’t understand.
What do you mean by…?

Keeping it going

That’s interesting! What about you?
I agree, and also…
Can you tell me more about…?

Buying time

Well…
Let me think…
That’s a good question…

Ending politely

Thank you for this conversation.
It was nice talking to you.

If you’re stuck

I’m not sure of the word in English, but it means…
Sorry, I forgot the word — I think it’s called…
Als je een woord niet weet, probeer het dan te omschrijven! “I don’t know the word in English, but it’s a thing you use to cut bread” is perfecte A2-communicatie.
5

Vereisten voor spreken en interactie

Net zoals bij schrijven beoordeelt het examen jouw mondelinge prestatie op meerdere criteria. Hier is een volledig overzicht:

Waaraan moet je mondelinge opdracht voldoen?

Taakvoltooiing doel bereikt; boodschap overkomt; volledig en uitgewerkt
Woordenschat frequente woorden correct gebruikt
Grammatica eenvoudige correcte zinnen; fouten storen de communicatie niet
Tekststructuur eenvoudige structuur met signaalwoorden
Register gepast (neutraal of informeel)
Lichaamstaal gepaste lichaamstaal (oogcontact, houding)
Spreektempo en vlotheid onderbrekingen en herformuleringen zijn aanvaardbaar
Uitspraak en intonatie voldoende helder, belemmert begrip niet
6

Creatief spelen met taal

Engels is niet alleen om te leren — je kunt er ook heerlijk mee spelen! Met een paar woordjes maak je al een gedichtje, een grappige meme of een pakkende slogan. Het hoeft niet foutloos te zijn: het plezier en je eigen idee staan voorop.

Een haiku: drie regeltjes

Een haiku is een klein gedicht van drie regels, met 5, 7 en weer 5 lettergrepen. Het gaat vaak over de natuur of een klein moment.

Soft rain on my hand (5)
The cold morning slowly wakes (7)
A bird starts to sing (5)
Een haiku over een regenachtige ochtend.

Een naamgedicht (acrostic)

Schrijf je naam verticaal onder elkaar. Bij elke letter bedenk je een Engels woord of zinnetje dat bij jou past.

T — Tall and friendly
O — Often happy
M — Music lover
Een naamgedicht voor “Tom”.

Een elfje: elf woordjes

Een elfje is een gedichtje van precies elf woorden over vijf regels: 1 woord, dan 2, dan 3, dan 4, en tot slot weer 1 woord.

Sun
So warm
On my face
I close my eyes
Summer
Een elfje over de zon.

Een kalligram: tekenen met woorden

Bij een kalligram schrijf je de woorden in de vorm van waar het over gaat. Een gedichtje over een kat schrijf je in de vorm van een kat; woorden over regen laat je naar beneden “druppelen” over het blad.

Een meme of slogan

Een korte, grappige of pakkende zin blijft hangen. Bedenk een Engelse slogan voor je lievelingseten of maak een meme met een plaatje en een kort onderschrift.

Monday again? Time for more chocolate! Een grappig memetekstje.
Zet een gedichtje dat je gemaakt hebt op het ritme van een liedje dat je kent, of lees het expressief voor met veel gevoel — zacht en traag bij rustige stukjes, luid en snel bij vrolijke. Zo wordt jouw tekst echt tot leven gewekt.
7

Echt met elkaar praten

Een gesprek is pas leuk als je echt naar elkaar moet luisteren. Daarom werk je het best met een informatiekloof: ieder krijgt een kaartje met informatie die de ander niet heeft. Zo moet je echt vragen en antwoorden — en niet gewoon een dialoog opdreunen.

Card A: You want to know what time the film starts.
Card B: You know the film starts at 7 p.m.
Speler A moet het vragen, speler B heeft het antwoord. Zo ontstaat een echt gesprek.

Handige zinnen voor elke situatie (taalhandelingen)

Voor de meeste gesprekjes heb je maar een handvol vaste zinnetjes nodig. Leer deze uit het hoofd, dan kun je bijna elk gesprek aan.

Wat wil je doen? Zo zeg je het in het Engels

Wat je doet Engels Nederlands
begroetenHi! / Good morning! How are you?Hallo! / Goedemorgen! Hoe gaat het?
bedankenThank you so much! / Thanks!Heel erg bedankt! / Dankjewel!
een voorstel doenShall we go to the park?Zullen we naar het park gaan?
een voorstel aannemenYes, good idea! / Sure!Ja, goed idee! / Tuurlijk!
een voorstel weigerenSorry, I can't today. Maybe tomorrow?Sorry, vandaag lukt het niet. Misschien morgen?
iets bestellenCan I have a lemonade, please?Mag ik een limonade, alstublieft?
uitnodigenWould you like to come to my party?Wil je naar mijn feestje komen?
je verontschuldigenI'm so sorry! / My apologies.Het spijt me echt! / Mijn excuses.

Een rollenspel opzetten

Speel samen een situatie na. Kies een plek, geef ieder een kaartje met een rol en een doel, en speel het gesprek. Probeer het daarna nog eens, maar dan vlotter.

At the restaurant — A is the waiter, B orders food and asks for the bill. In het restaurant — A is de ober, B bestelt eten en vraagt de rekening.
Asking the way — A is a tourist looking for the station, B gives directions. De weg vragen — A is een toerist die het station zoekt, B legt de weg uit.
Houd het gesprek gaande met korte reacties: Really? / Oh, nice! / And then? Net als in het Nederlands tonen die woordjes dat je echt luistert.
8

Beleefd zijn in het Engels

In het Engels let men sterk op beleefdheid. Een klein woordje als please (alstublieft) of could maakt een groot verschil. Met dezelfde vraag kun je heel bot of heel vriendelijk klinken — en dat hoor je meteen.

Beleefd vragen in plaats van eisen

Vergelijk deze twee zinnen. Ze betekenen bijna hetzelfde, maar de ene klinkt als een bevel, de andere als een vriendelijke vraag.

Give me water. (klinkt als een eis) Geef me water. — Dit klinkt bot, alsof je het beveelt.
Could I have some water, please? (beleefd) Mag ik wat water, alstublieft? — Dit klinkt vriendelijk en beleefd.

Van bot naar beleefd

Bot Beleefd
I want a sandwich.I'd like a sandwich, please.
Open the window.Could you open the window, please?
Where is the toilet?Excuse me, where is the toilet, please?
Help me.Can you help me, please?

Het juiste register kiezen

Tegen een vriend praat je losjes; tegen iemand die je niet kent of die ouder is, ben je wat beleefder. Dat heet het juiste register kiezen.

To a friend: Hey, got a pen? Tegen een vriend: Hé, heb je een pen?
To an adult: Excuse me, could I borrow a pen, please? Tegen een volwassene: Excuseer, zou ik een pen mogen lenen, alstublieft?

Niet alleen wat je zegt, ook hoe

Beleefd zijn is meer dan de juiste woorden. Let ook op het juiste moment om iets te zeggen (val mensen niet in de rede), op je stemvolume (niet roepen, maar ook niet fluisteren) en toon dat je luistert door iemand aan te kijken en te knikken.

Speel het spelletje “bot of beleefd?”: zeg om de beurt een zin op een botte en daarna op een beleefde manier. Let goed op je stem — bij een beleefde vraag gaat je toon vaak wat vriendelijker omhoog.

Oefeningen

Oefening 1

E-mail schrijven

Schrijf een informele e-mail aan een Engelse penvriend(in) (80–100 woorden). Vertel over je school, hobby’s en toekomstplannen.

  • Gebruik de correcte structuur: subject, aanhef, opening, body, afsluiting, handtekening
  • Gebruik minstens 3 verschillende connecting words
  • Zorg voor een informeel maar gepast register

Oefening 2

Verbindingswoorden oefening

Herschrijf dit stuk tekst met betere connecting words:

“I like football. I play every week. I am good at it. I want to be a professional player. I don’t know if it will happen.”

Gebruik woorden uit de lijst: also, because, however, therefore, in addition, in conclusion.

Oefening 3

Opinieparagraaf

Schrijf een paragraaf (60–80 woorden) over: “Should students have homework?”

  • Gebruik: I think, because, however, in conclusion
  • Volg de structuur: topic sentence → argument 1 → argument 2 → conclusie
  • Geef minstens twee redenen voor of tegen

Oefening 4

Spreekkaartje

Schrijf een mindmap voor een 2-minuten monoloog over “My ideal future job”.

  • Structuur: intro → wat is het? → waarom? → wat heb je nodig? → conclusie
  • Noteer per onderdeel 3–5 sleutelwoorden (geen volledige zinnen)
  • Gebruik je mindmap als houvast bij het oefenen — lees hem niet voor!

Oefening 5

Gespreksoefening

Voer een gesprek van 3–4 minuten met een klasgenoot over een van deze onderwerpen:

  • Jouw vrije tijd
  • Jouw familie
  • Jouw toekomstplannen

Gebruik minstens 3 conversation strategies (bijv. om herhaling vragen, het gesprek gaande houden, time-buying expressions).

Samenvatting