Lezen en luisteren vormen samen maar liefst 60% van het examen Engels — elk onderdeel is goed voor 30%. Dat maakt van deze twee vaardigheden de zwaarst wegende pijlers van je eindscore. Het goede nieuws: je hoeft geen perfecte vertaling te maken of elk woord te kennen. Het gaat er om dat je de betekenis begrijpt.
Een A2-lezer en -luisteraar is iemand die de grote lijnen kan volgen, hoofdgedachten kan benoemen en gerichte vragen kan beantwoorden op basis van een tekst of audiofragment. Je gebruikt wat je al weet — over de wereld, over andere talen — om gaten in je begrip op te vullen. Dat is precies de vaardigheid die in dit hoofdstuk centraal staat.
Je zegt in één of enkele woorden waarover een tekst gaat.
Je vat in één zin de belangrijkste boodschap samen.
Je somt alle inhoudelijke elementen op die de hoofdgedachte ondersteunen.
Je zoekt de specifieke informatie die de vraag vraagt, zonder de hele tekst opnieuw te lezen.
Je herkent gewoontes, waarden en normen van Engelstalige landen en kunt die situeren in hun context.
Op het examen kom je verschillende soorten teksten en audiofragmenten tegen. Het is belangrijk dat je ze herkent, want elk teksttype vraagt een iets andere manier van lezen of luisteren. Een recept lees je anders dan een opiniestuk; een podcast luister je anders dan een instructiefilmpje.
Een goede leesstrategie helpt je om een tekst efficiënter te begrijpen, zelfs als je niet elk woord kent. Doorloop de volgende zeven stappen elke keer als je een Engelse tekst aanpakt.
Het luisterexamen bevat audiofragmenten van native speakers die spreken aan een natuurlijk tempo. Je hoort accenten, samentrekkingen (gonna, wanna, I’ve) en informeel taalgebruik. Dat klinkt in het begin snel, maar met de juiste strategie kom je ver.
Lees de onderstaande tekst aandachtig. Pas de leesstrategie uit sectie 3 toe. Beantwoord daarna de zes vragen. De antwoorden staan licht vermeld als zelfcheck.
My name is Jamie and I’m seventeen years old. I live in London and I work part-time at my uncle’s restaurant on weekends. I want to be a professional chef one day.
On Saturday mornings, I wake up at 6 am and cycle to the restaurant. When I arrive, I help to prepare the vegetables and sauces. The head chef shows me new techniques every week.
Last Saturday, I made my first chocolate cake completely on my own. It was delicious! The customers loved it.
My favourite part of the job is creating new recipes. I often experiment at home in the evenings. My family says my food is getting better every month.
In the future, I want to open my own restaurant. I’m going to study at a cooking school in Paris next year. It’s my dream!
Tekst: oefentekst Engels 1A — A2-niveauBij een verhaal, een lied of een gedicht hoef je niet elk woord te begrijpen om er iets bij te voelen. Een mooi lied kan je vrolijk maken, een spannend verhaal kan je hart sneller doen kloppen, en een grappige strip doet je lachen. Hier draait het niet om goed of fout — het gaat om jouw beleving. Wat raakt je? Wat vind je mooi, grappig of net een beetje eng?
Je mag in het Nederlands of in het Engels vertellen wat je voelt — en als woorden moeilijk zijn, mag je het ook tekenen of uitbeelden. Deze zinnetjes helpen je op weg:
Soms lees je over iemand en denk je: “Hé, dat is net als ik!” Misschien is het personage even verlegen als jij, of houdt het van dezelfde dingen, of maakt het iets mee wat jij ook al meemaakte. Dat herkennen maakt een verhaal extra leuk om te lezen.
Je hoeft je beleving niet altijd in woorden te gieten. Maak eens een moodboard bij een lied of gedicht: verzamel kleuren, plaatjes, woorden of voorwerpen die bij het gevoel passen. Een verdrietig nummer krijgt misschien donkerblauwe en grijze tinten met regen; een vrolijk nummer wordt geel met zon en ballonnen. Ook een tekening of een passend voorwerp mag je antwoord zijn.
Als je zelf iets vertelt, schrijft of een gesprekje voert in het Engels, dan zijn er handige trucs die je verder helpen. Je hoeft niet alles te weten — je moet vooral durven proberen en slim gebruikmaken van wat je wel kunt.
Voor je iets zegt of schrijft, denk je even na: voor wie is dit? Tegen je beste vriend praat je losser dan tegen een onbekende volwassene. Dat heet het juiste register kiezen. Aan een vriend stuur je gerust “Hi! What’s up?”; aan iemand die je niet kent eerder “Hello, could you help me, please?”
Als je iets geschreven hebt, lees het dan nog eens rustig na — alsof je een speurder bent op zoek naar kleine slordigheidjes. Vraag jezelf: is mijn boodschap duidelijk? Heb ik hoofdletters en punten? Klopt de volgorde van mijn zinnen?
In een echt gesprek snap je niet altijd alles — en dat is helemaal niet erg! Je kunt gewoon om hulp vragen. Met deze zinnetjes red je je bijna overal uit:
Een woordenboek of vertaalapp is een handig hulpmiddel, maar gebruik het slim. Raad eerst zelf de betekenis uit het plaatje of de zin eromheen. Lukt het echt niet? Zoek dan pas op. En let op: een vertaalapp maakt soms rare zinnen, dus controleer altijd of het klopt met je gevoel.
Oefening 1
Teksttypeherkenning
Geef van elk van deze teksten het teksttype (informatief / opinierend / prescriptief / narratief / literair):
Gebruik de kenmerken en signaalwoorden uit sectie 2 als leidraad.
Oefening 2
Leesbegrip “Jamie”
Beantwoord de zes vragen bij de tekst uit sectie 5 in volledige zinnen in het Nederlands. Gebruik de tekst als basis voor elk antwoord.
Oefening 3
Strategieoefening
Lees een korte tekst (selecteer zelf een Engelstalig artikel op jouw niveau — bijv. op BBC Learning English of Newsela). Bepaal:
Schrijf je antwoorden op in het Nederlands of Engels.
Oefening 4
Woordafleiding
Probeer de betekenis te raden van de onderstreepte woorden op basis van de context. Schrijf je redenering op.
Denk aan overeenkomsten met Frans of Nederlands en kijk naar de rest van de zin.
Oefening 5
Luisteroefening
Zoek een korte Engelstalige podcast of nieuwsfragment (2–3 minuten) op BBC Learning English (bbclearningenglish.com). Luister en schrijf op:
Luister minstens twee keer: de eerste keer voor de grote lijn, de tweede keer voor details.